Volg mij op: Facebook YouTube

Hieronder een kleine verzameling van de interviews die ik heb geschreven:

Interview: Ik liet mijn borsten verwijderen

Op haar 21e krijgt Lindsay te horen dat ze om erfelijke redenen een vergrote kans op borstkanker heeft. Ze twijfelt geen moment en neemt de dappere beslissing om haar borsten preventief te laten verwijderen. "Ik zag mijn borsten als twee grote tumoren waar ik zo snel mogelijk vanaf moest." Lees het verhaal hier. 

Interview: Dissociatieve identiteitsstoornis

Drie jaar geleden maakte de jongste dochter van Ingrid een einde aan haar leven. Winnie leed aan een dissociatieve identiteitsstoornis: er woonden meerdere persoonlijkheden in haar hoofd die haar leven af en toe volledig overnamen. Een voortdurende innerlijke strijd, die ze uiteindelijk verloor. Lees het verhaal hier. 

Interview: Strijd tegen scoliose

Op haar tiende krijgt Wendy (nu 28) te horen dat ze scoliose heeft: er zit een sterke verkromming in haar wervelkolom. Ze draagt verplicht een korset, maar een ingrijpende operatie blijkt uiteindelijk toch noodzakelijk. Voor ze de operatie ondergaat heeft ze één belangrijke vraag: kan ze later nog wel voetballen?

Interview: Jaren van afscheid

Voor Mijn Geheim interviewde ik George (53), over zijn vrouw Olga (59). Hij maakt zich ernstig zorgen om haar, want ze wordt met de dag verstrooider. Dat blijkt een vreselijke oorzaak te hebben: Olga heeft Alzheimer. "Ik heb afscheid moeten nemen van de echte Olga. Ze komt nooit meer terug." Lees het verhaal hier.

Interview: Een blijvend gemis

Voor Mijn Geheim interviewde ik Jolande (53), trotse moeder van vijf kinderen. Alles verandert als in de zomer van 2007 blijkt dat haar zoon Chris (25) kanker heeft. Anderhalf jaar later overlijdt hij aan de gevolgen van zijn ziekte. Jolande vertelt hoe ze dat vreselijke verlies een plaats heeft proberen te geven. "Ik ben dankbaar voor de tijd die we met Chris hebben mogen delen, en voor het feit dat we van hem mochten houden". Lees het hele verhaal hier. Fragment:

In mijn jonge jaren stond ik als verpleegkundige aan het bed van menig patiënt. Het werk was voor mij op het lijf geschreven, want ik hield ervan om voor mensen te zorgen. Maar die rol kreeg een totaal andere betekenis toen Chris ziek werd. Mijn levenslustige jongen van halverwege de twintig, nog zo veel te doen, nog zo veel dromen... Mijn jongen, die altijd klaarstond voor iedereen om hem heen. Chris verloor de strijd en takelde langzaam af, terwijl wij alleen maar konden toekijken vanaf de zijlijn. Dit was een heel andere manier van zorgen: niet alleen zorgen vóór, maar zorgen óm. De artsen gaven hem eerst nog hoop en de prognoses waren goed, maar op de een of andere manier wist ik meteen dat hij niet lang meer zou leven. Misschien was het intuïtie, of moederinstinct. Maar dat ik het onmiddellijk wist en dat dat onheilspellende gevoel ook uitkwam, is me altijd bijgebleven.

Panelverhaal: vrij voor zijn ex

Voor Mijn Geheim interviewde ik Loes (27) over een dilemma, waarna een panel advies gaf. Loes heeft namelijk een relatie met Hans (30) en ze zijn erg gelukkig. Hoewel ze samenwonen en een kindje hebben, laten ze elkaar vrij in hun doen en laten. Zo is Hans nog steeds bevriend met zijn ex. Loes heeft dat altijd getolereerd, maar aan haar begrip begint nu een einde te komen. Lees het hele verhaal hier! Fragment:

Hans is een sociale vent. Dat was ook een van de redenen waarom ik drie jaar geleden op hem viel. Zijn inlevingsvermogen en zachtaardigheid trokken me aan. Hij ging anders met me om dan mijn vorige vriendjes. Hij dacht eerst aan mij en dan pas aan zichzelf. Heel galant dus, op het ouderwetse af. Hij was ook totaal niet bezitterig. Ik ben erg op mijn vrijheid gesteld, dus ook wat dat betreft klikte het. Twee jaar geleden zijn we gaan samenwonen en vorig jaar kwam onze grootste wens uit: we kregen een gezonde zoon, Twan. Een vrolijke baby waar we intens van genieten. We zijn echt een happy family. Toch laten Hans en ik elkaar nog steeds vrij: ik ga niet over zijn agenda en hij niet over de mijne. We doen ook dingen zonder de ander, zoals sporten, afspreken met vrienden en uitjes met collega's. We zijn dan wel een stel, maar blijven ook individuen. We gunnen elkaar alles. Dat is de kracht van onze relatie.

Interview: Mijn vriend stinkt!

Voor Mijn Geheim interviewde ik Naomi (29). Ze dacht eindelijk de ware te hebben ontmoet. Ben (24) is knap, lief, romantisch en draagt haar op handen. Er is slechts één minpuntje aan hem te ontdekken: hij ruikt niet zo lekker. Sterker nog, Naomi kan zijn penetrante lichaamgeur amper verdragen... Fragment:

Hij keek me veelbetekenend aan en duwde me zachtjes richting de slaapkamer. Ik liep maar met hem mee. Ik kon hem toch niet onderbreken vanwege stankoverlast? Met gemengde gevoelens ging ik met hem naar bed. Enerzijds had ik hartstikke veel zin, anderzijds werd ik onpasselijk van die geur. Daardoor was ik behoorlijk afgeleid. Gelukkig had Ben dat niet zo door. Hij noemde me zelfs "bijzonder avontuurlijk in bed", terwijl ik alleen maar allerlei standjes uitprobeerde om zo ver mogelijk bij zijn oksels vandaan te blijven... "Zullen we dan nu gaan douchen?" vroeg ik na afloop. "Nog even knuffelen", antwoordde hij, en sloeg een arm om me heen. Ik snakte naar adem toen ik de walm rook die uit zijn oksel opsteeg. Resoluut maakte ik me los uit de verstikkende omhelzing. "Dit trek ik niet", flapte ik eruit. "Wat bedoel je?" vroeg hij...

Interview: Mijn vriendin heeft een eetstoornis

Joost (30) is gek op zijn vriendin Guusje (27), maar samen hebben ze ook moeilijke periodes gekend. Guusje kampt namelijk al sinds haar puberteit met anorexia. Joost vertelt wat voor invloed dat heeft op hun relatie en hoe hij daarmee omgaat. Fragment:

Guusje vroeg me eens of ze eigenlijk wel leuk is als vriendin. Of het niet te zwaar voor me is. Maar ik vind haar altijd leuk, zelfs als het niet goed gaat. We kunnen relativeren, waardoor we zelfs in mindere periodes lol hebben. Hoe moe ze ook is, of hoe erg ze ook over haar gewicht tobt, ze blijft me aandacht en liefde geven. Ik heb dus niet het idee dat ik iets tekortkom. Haar kracht is dat ze altijd eerlijk blijft. Ze vertelt over haar gevoelens en ik mag alles zeggen of vragen. In een slechtere periode wil ze het liefst alleen eten, maar zolang ik haar kleine porties niet bekritiseer, blijft ze bij me aan tafel zitten. Alleen op die manier blijft onze band sterk. Zo hoeft ze nooit tegen me te liegen. Mijn advies aan andere mensen die in dezelfde situatie zitten, is dan ook: openheid. Geef je partner de ruimte en zet haar zeker niet onder druk. Alleen dan houd je haar dicht bij je.

Interview:                                                                                  Mijn tante heeft Alzheimer

Voor Mijn Geheim interviewde ik Ariane (58). Als haar tante de ziekte van Alzheimer blijkt te hebben, wil ze maar één ding: dat er zo goed mogelijk voor haar wordt gezorgd. De keuze voor een verpleegtehuis ligt voor de hand, maar haar tante wil per se thuis blijven wonen: "We waren radeloos. Hoeveel erger moest het nog worden?" Lees het hele interview hier. Fragment:

Tante Fem was achtenzeventig jaar toen ze met een behoorlijk heftig plan kwam. "Ik ga neef Driet opzoeken", vertelde ze tijdens de thee. "Driet, die woont toch in Australië?" vroeg ik verbaasd. "Ja, dat klopt. Ik ga in mijn eentje op reis." Ik was met stomheid geslagen. Daar zat mijn bejaarde tante, die al jaren niet meer durfde te fietsen en heel zenuwachtig werd van het openbaar vervoer. Die altijd weloverwogen beslissingen nam. Maar uit het niets wilde ze nu naar de andere kant van de wereld. In haar eentje nota bene! "Dat meent u niet", zei ik ongelovig. "Jawel hoor, de vlucht is al geboekt." Ze haalde haar schouders op, alsof ze het over een busreisje naar Keulen had...

Interview: Mijn ingewikkelde liefdesleven

Voor Mijn Geheim interviewde ik Bente (24). Ze heeft al jaren een onbevredigende relatie met Jelke (29) en een stiekeme verhouding met Stef (39). Als er dan ook nog een dérde man in haar leven komt, wordt het tijd om knopen door te hakken... Fragment:

Bram en ik zijn nu drie maanden samen. Ik heb me vol overgave op onze relatie gestort, maar misschien was dat niet zo verstandig. Ik merk dat ik alles wat er is gebeurd nog niet heb verwerkt. Bij vlagen mis ik Jelke en Stef. Logisch natuurlijk, want het is allemaal nog vers. Daarom heb ik besloten om wat gas terug te nemen. Je kunt wel van de ene relatie in de andere rollen, maar vroeg of laat krijg je daar toch last van, zo merk ik nu. Ik had het misschien anders moeten aanpakken, het veel rustiger aan moeten doen. Maar als je gevoelens dusdanig sterk zijn, is dat heel moeilijk. Wat ik in ieder geval heb geleerd, is dat je eerlijk moet zijn tegen jezelf. Ik wist al heel lang dat ik iets tekortkwam bij Jelke. En ik wist ook dat mijn affaire met Stef geen toekomst had. Als ik eerder open kaart had durven spelen, was het niet zover gekomen.

Interview: Adembenemend

Voor Intens interviewde ik Samantha (22). Ze kampte van jongs af aan met long- en darmklachten. Artsen gaven haar een verkeerde diagnose, waardoor haar klachten jarenlang niet serieus werden genomen. Over haar pijnlijke levensverhaal heeft ze nu een boek geschreven: Adembenemend. Fragment interview:

"Er volgde een hele nare periode, waarin ik soms niet meer wist wat ik wel en niet moest geloven. Ik merkte dat de artsen zich niet alleen op mijn longen richtten, maar ook op mijn psyche. Eén van hen dacht dat ik het allemaal verzon. Dat ik expres zo hoestte, om aandacht te krijgen. In het begin vond ik het erg pijnlijk als er zoiets tegen me werd gezegd, maar na een paar weken was ik te moe om er nog tegenin te gaan. Ik had geen kracht meer om te strijden. Ik ging aan alles twijfelen. Zat het dan toch allemaal tussen mijn oren? Al die artsen konden het toch niet fout hebben? Maar de benauwdheid die ik voelde, was echt. Of was ik mentaal zo in de war dat ik niet doorhad dat ik het zelf deed? Ik wist het echt niet meer."

Interview: Tegen alle verwachtingen in

Voor Mijn Geheim interviewde ik mijn moeder, Jacomien (58). Ze kreeg te horen dat ze geen kinderen kon krijgen. Tot ze zeven jaar later ineens opvallend veel trek kreeg in eieren met spek. Ze bleek toch zwanger te zijn, eerst van mij, en acht jaar later van mijn broertje. Lees het hele interview hier! Fragment:

"De volgende dag zat ik bij de dokter, hij bevestigde dat ik zwanger was. Hij begreep het zo min als wij. "De kans dat je met zulke verklevingen in je baarmoeder zwanger raakt, is minder dan één procent", legde hij uit. Ik vertelde hem dat ik op vakantie was geweest, alcohol had gedronken en medicijnen had genomen tegen zonneallergie. Ik liet het doosje zien en hij schrok. Dat middel mocht je absoluut niet gebruiken tijdens een zwangerschap. Er zaten stoffen in die zeer schadelijk waren voor een ongeboren kind. "De kans is groot dat er iets mis is met je baby", zei hij. "Eigenlijk is het een wonder dat je nog steeds zwanger bent..."

Interview: Blij, dat ik er nog ben!

Voor Intens interviewde ik Sannie (25). Als kind werd ze plotseling ernstig ziek: een vleesetende bacterie vrat zich door haar been. Dankzij een ingrijpende operatie kwam ze er weer bovenop. Toch leeft ze nog elke dag met de gevolgen. Haar heup is dusdanig aangetast dat ze in de toekomst een kunstheup zal moeten. Fragment:

"Er zijn wel eens momenten dat ik me rot voel, zeker als mijn heup opspeelt. Dan dringt het besef weer door dat het alleen maar zal verslechteren. Toch probeer ik daar niet te veel bij stil te staan. Er kan zo veel gebeuren, voor hetzelfde geld loop ik weer een bacterie op en overleef ik het dit keer niet. Dan heb ik me al die jaren voor niets druk gemaakt over mijn heup! Ik probeer dus te relativeren. Ik mag blij zijn dat ik er nog ben, dat ik de kans krijg iets van mijn leven te maken. En dat doe ik ook, door te leven in het nu."

Interview: Irene's vriend is topmodel

Voor Intens interviewde ik Irene (26). toen ze voor haar studie in Milaan was, leerde ze de knappe Antonio (24) kennen. Hij is topmodel en reist de hele wereld over. Hoewel er direct een klik was, had Irene niet verwacht dat ze ooit een relatie zouden krijgen. Maar inmiddels zijn ze al vier jaar bij elkaar.

Fragment:

"Ik krijg vaak de vraag of ik niet jaloers ben. Antonio is tenslotte dagelijks omringt door extreem mooie vrouwen. Maar jaloezie zit gelukkig niet zo in me, ik kan de dingen heel goed los zien van elkaar. Als hij met een halfnaakt vrouwelijk model op de foto staat, kijk ik naar het geheel. Ik zie dan gewoon een mooie foto, niet een gevaar voor mijn relatie. Want zo simpel is het eigenlijk: werk is werk, mer niet. Daarbij is Antonio nuchter en relativerend. "Jij hebt allermooiste billen", zegt hij vaak. "Daar kan geen model tegenop." 

Interview: Suzan verloor haar grote liefde

Voor tijdschrift Intens interviewde ik Suzan (27). Op zestienjarige leeftijd kwam ze in een pleeggezin terecht. Daar vond ze veiligheid en liefde, iets wat ze nooit had gekend. Er bloeide iets moois op tussen Suzan en haar pleegbroer Peter, maar een gelukkige toekomst zat er niet in voor hen. Peter overlijdt plotseling en Suzan vraagt zich af of ze ooit nog gelukkig zou kunnen worden. Fragment:

"Lang hadden de artsen niet nodig. Peter had een infectie opgelopen in zijn longen en de situatie was zo ernstig en gecompliceerd dat ze helemaal niets meer voor hem konden doen: binnen een paar uur zou hij overlijden. Er ging zo veel door me heen dat het tolde voor mijn ogen. Angst, woede, een ondraaglijke pijn. En verdriet, zo intens dat ik me niet kon voorstellen dat dit gevoel ooit nog weg zou gaan. Zijn ouders waren totaal overstuur en Peter zelf ook. "Het spijt me zo, ik wil dit niet", zei hij wanhopig. Ik ben bij hem in bed gaan liggen, zo dicht mogelijk tegen hem aan. Ik kon niet geloven dat het de laatste keer was dat ik hem kon vasthouden. Dat ik hem kon voelen en ruiken, hem mijn naam hoorde zeggen. Vanochtend verheugden we ons nog op onze bruiloft, en nu moesten we ineens definitief afscheid nemen. Het viel niet te bevatten!Dit verhaal verscheen in Intens nummer 13/17 2013

Interview: Extreme gene

Voor tijdschrift Intens interviewde ik Martine (25). Verliefdheid en onzekerheid gaan vaak samen op. Bij de meeste mensen verdwijnt dat naarmate je elkaar beter leert kennen. Maar bij Martine is dat niet zo. In het bijzijn van haar lieve vriend Sebas (30) is ze heel onzeker en dat zet hun relatie onder druk. Fragment:

Vragend kijkt Sebas me aan. "Weet je zeker dat je niet blijft slapen?" Ik schud beslist mijn hoofd. "Nee, ik ga. Het is al laat", antwoord ik, en sta op van de bank. "Daarom juist", probeert hij, "Voordat je thuis in bed ligt, ben je een uur verder. Blijf toch lekker bij mij!" Hij lacht lief naar me. Ik zucht moedeloos. Kon ik het maar, spontaan samen met hem in bed stappen! Gewoon zoals ieder ander stel dat doet. Maar alleen al bij de gedachte krijg ik buikpijn. Ik moét weg. "Ik zie je morgen, schat", zeg ik snel en druk een kus op zijn mond. De teleurstelling spat van zijn gezicht, maar zonder om te kijken stap ik de voordeur uit. Dat de meeste koppels alles doen in elkaars bijzijn is voor mij ondenkbaar. Samen slapen, wakker worden, douchen, eten, gewoon altijd jezelf zijn en alles durven laten zien: ik kan dat echt niet. Er is niemand zo belangrijk voor me als Sebas, dus juist in zijn bijzijn wil ik zo aantrekkelijk mogelijk zijn. Daarin ga ik heel ver..." Dit verhaal verscheen in Intens nummer 13/11

Persoonlijk verhaal: Liefde naast de deur

juni 2013

Dit keer wel een héél persoonlijk verhaal: ik mocht schrijven over mijn relatie! Toen ik twee jaar geleden hoorde dat er een jonge, vrijgezelle man naast me kwam wonen, was ik allesbehalve blij. Feestjes, herrie: ik hield mijn hart vast. Maar na de eerste ontmoeting veranderde dat. Jurjen (32) en ik konden het wel heel goed met elkaar vinden...

Zie hier meer

Interview: had ik maar nooit ontslag genomen!

juni 2013

Ik interviewde Ellis (32) voor tijdschrift Mijn Geheim. Ze zag zich een paar jaar geleden genoodzaakt om ontslag te nemen op haar werk. Haar man Johan stond volledig achter die beslissing en vond het geen probleem om enige kostwinnaar te zijn, tijdelijk. Maar een paar maanden later liet hij haar plotseling in de steek. Zomaar uit het niets: hij was ongelukkig en wilde zonder haar verder. Waardoor Ellis diep in de financiele problemen kwam... 

Interview: Ik kies voor mijn geluk!

mei 2013

Voor Intens interviewde ik Nouria (21). Toen ze Johan (48) ontmoette viel ze als een blok voor hem, ondanks het leeftijdsverschil. Hij werd ook verliefd op haar en al snel trok ze bij hem in. De mensen uit haar omgeving lieten duidelijk merken wat ze daarvan vonden. Dat kon nooit goed gaan! Nouria wilde het tegendeel bewijzen, en raakte daardoor heel veel kwijt...

Lees meer...


 

Fragment: 'Mensen schatten mij altijd ouder in dan dat ik was. Misschien kwam het omdat ik heel zelfstandig was en vooruitstrevend. Ik wist altijd precies wat ik wilde en ging er dan voor. Net als nu: ik wilde Johan en de rest kon me niet schelen. In de weken die volgden, werden Johan en ik onafscheidelijk. Tegen mijn ouders zei ik dat ik bij een vriendin bleef slapen, maar eigenlijk woonde ik half bij hem. Het duurde dan ook niet lang voor we het officieel maakten: we hadden een relatie. Ik had een vriend!'

Dit interview verscheen in Intens nummer 13/12 2013

Interview: We leefden in het moment

mei 2013

Voor tijdschrift Intens interviewde ik Lizenka (32). Ze was zielsgelukkig met haar jeugdliefde Michel. Ze waren pas getrouwd, woonden in een nieuw huis en hadden veel plannen voor de toekomst. Toen kreeg Lizenka plotseling een telefoontje, omdat Michel opgehaald was met de ambulance. Dat was het begin van het einde. Michel bleek namelijk een hersentumor te hebben...

Lees meer...


 

Fragment: 'De dokter en Michels ouders kwamen onmiddellijk. Misschien zou hij nog wakker worden, maar de kans was nihil. Hij mocht gewoon thuisblijven. En zo brak eerste kerstdag aan. Precies zoals we ons hadden voorgesteld: Michel en ik waren helemaal alleen. Ik heb een dvd opgezet en ben tegen hem aangekropen. Ik hield zijn hand vast. Hoewel hij nergens meer op reageerde, weet ik zeker dat hij er iets van mee heeft gekregen. Ik voelde namelijk een kneepje in mijn hand. Alsof hij wilde zeggen: het is goed zo, Lizenka. We zijn samen.'

Interview: Wij slapen apart!

mei 2013

Voor Mijn Geheim interviewde ik José. Ze is al bijna veertig jaar getrouwd met Rens en nog steeds is hij de man van haar dromen. Maar dat dromen doen ze 's nachts wel apart... José en Rens delen namelijk alles met elkaar, behálve het bed. Dat apart slapen absoluut niet wil zeggen dat er iets mis is binnen een huwelijk, bewijzen zij. Lees het hele verhaal hier! Of zie hieronder:


Tekst: Sofie Rozendaal - Illustratie: Helen van Vliet

Veertien en vijftien waren we, toen ik hem op een schoolfeest zag. Rens, de jongen van mijn dromen. Hij had blonde krullen en speelde gitaar. Ik was op slag verliefd, en hij gelukkig ook op mij. We kregen verkering en brachten twee jaar lang elke pauze met elkaar door.

Maar toen haalde Rens zijn diploma en vertrok hij naar Amsterdam voor zijn studie, terwijl ik achterbleef. Smachtend keek ik uit naar zijn brieven, maar het gemis was ondraaglijk. Ik mocht van mijn ouders niet naar hem toe. Daar vonden ze me veel te jong voor. Thuis mochten Rens en ik elkaar alleen zien onder toezicht. Het was dus uitgesloten dat ik bij hem zou blijven logeren.

Maar na een paar weken hield ik het niet meer. Ik móést hem zien. En dus zei ik tegen mijn ouders dat ik na school bij een vriendin zou blijven logeren, waarna ik stiekem naar Amsterdam vertrok. Rens zou me opwachten bij het station. Spannend dat het was! Zijn blik toen we elkaar weer zagen staat me nog steeds helder voor de geest. Ik vloog hem om de hals en zo hebben we minutenlang gestaan.

Rens nam me mee naar een oud herenhuis, waar hij een kamertje huurde. Het was piepklein en er zat schimmel tegen de muur, maar hij was trots op het feit dat hij daar woonde. Overdag gingen we de stad in en ’s avonds was het zover: voor het eerst zouden we naast elkaar slapen. Toen we richting het huis liepen, werd ik ineens zenuwachtig. Het was een gek idee om zoiets intiems te delen. En we moesten oppassen: zijn hospita was fel tegen logés. Rens moest me naar binnen smokkelen en ik mocht zijn kamer niet meer verlaten.

Toen we eenmaal veilig in zijn eenpersoonsbedje lagen, viel alle spanning van me af. Zijn lichaam tegen het mijne - ik had nog nooit zoiets heerlijks gevoeld. We hebben de halve nacht gekroeld en gepraat. Het was allemaal dus nog heel onschuldig. Hij viel uiteindelijk in slaap en ik luisterde naar zijn ademhaling. De maan scheen door de versleten gordijntjes naar binnen en ik observeerde zijn ontspannen gezicht. Hij zag er zo kwetsbaar uit. Ik voelde me bevoorrecht om naast hem te mogen liggen. Zelf deed ik geen oog dicht die nacht. Te veel indrukken, te veel spanning. Maar ik heb wel intens genoten.

 

Stiekem samenwonen

En zo begon het spijbelen. Wanneer ik maar kon, reisde ik naar hem toe, soms wel drie keer in de maand. Niemand leek iets te vermoeden. Tót mijn ouders een brief kregen van school. Ik had te veel lessen gemist. Alleen als ik heel hard mijn best zou doen, kon ik het eindexamen nog halen. Mijn ouders vroegen waarom ik spijbelde, waarna ik alles maar opbiechtte.

Ik werd voor het blok gezet: mijn best doen op school en Rens niet meer zien, óf stoppen met school en gaan werken, maar dan moest ik het huis uit. Ik koos voor dat laatste. Liever geen diploma, dan geen Rens, vond ik. Diezelfde week ben ik vertrokken.

In het huis waar Rens woonde, was een kamer vrij. Perfect natuurlijk, afgezien van het feit dat de hospita absoluut geen stelletjes in huis wilde. Daarom deden Rens en ik net alsof we elkaar niet kenden. Ik kreeg die kamer en vond al snel een baantje als serveerster. Het voelde alsof mijn leven toen echt begon. Het was misschien niet ideaal, maar we waren in ieder geval bij elkaar.

Elke avond sloop ik naar de kamer van Rens, om bij hem in bed te kruipen. We deden amper een oog dicht, maar lol hadden we wel. Het voelde alsof we pas echt een stel waren sinds we in één bed sliepen. Alsof we meer ‘samen’ waren dan ooit door dat te delen. Geen nacht sloegen we over, zelfs niet als een van ons ziek was.

We dachten dat de hospita niets doorhad, tot ze me na een paar maanden stond op te wachten. Ze had een verwilderde blik in haar ogen.

“Ik wil geen geflikflooi in mijn huis!” riep ze kwaad. Ze zei dat ze al langer had vermoed dat Rens en ik verkering hadden, maar dat het nu was bevestigd. Het bleek dat ze op maandag stiekem een zakdoekje in mijn bed had gelegd. En dat zakdoekje lag er op zondag nog steeds. Zo wist ze dat mijn bed onbeslapen was gebleven. Voor haar reden genoeg om ons eruit te zetten.

En zo gingen we op zoek naar iets anders. We kwamen terecht in een achterbuurt, waar we samen een kamer deelden. Het was armoede, maar we waren in ieder geval bij elkaar.

We zijn dus onderaan begonnen en hebben van daaruit ons leven opgebouwd. Op mijn twintigste zijn we getrouwd, al was mijn moeder daar niet blij mee. Ze was ervan overtuigd dat Rens een slechte invloed op me had. Ze vond dat ik me te veel naar hem schikte, zeker omdat ik de kostwinnaar was, terwijl hij studeerde. Ongehoord, in die tijd. Maar toen hij eenmaal zijn studie had afgerond en een baan kreeg, ben ik aan een inhaalslag begonnen. Ik heb alsnog mijn diploma gehaald en een opleiding tot schoonheidsspecialiste gevolgd. Na een paar jaar zijn we uit Amsterdam vertrokken en teruggegaan naar de regio waar we vandaan kwamen.

 

De zolderkamer 

We waren gelukkig, al had ik wel vaak last van vermoeidheid. Ik sliep over het algemeen heel slecht. Zo werd ik meerdere keren per nacht wakker en had ik veel moeite met inslapen. Rens snurkte soms of hij draaide te veel. Ik werd overal wakker van. Ik heb van alles geprobeerd: oordopjes, slaapmaskers, zelfs pillen. Het werkte allemaal niet.

Eén keer heb ik overwogen om naar de logeerkamer te gaan. Mijn voeten bungelden al over de rand van het bed, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen. Het voelde alsof alleen slapen oneerbiedig was tegenover onze relatie. Alsof ik hem afwees. Dat wilde ik helemaal niet.

Op mijn vijfentwintigste werd onze dochter Rozanne geboren. Wat waren we gelukkig! En afgemat… Rozanne was een huilbaby en vooral ’s nachts zette ze een keel op. Om en om gingen we eruit om met haar door de gang te lopen, de enige manier om haar stil te krijgen.

Na een paar maanden was ik zo oververmoeid dat Rens zich zorgen begon te maken. Hij zei dat ik best eens een nachtje op zolder kon gaan slapen, ver weg van de babykamer. Dan zou hij wel de hele nacht voor Rozanne zorgen. Het ging tegen mijn gevoel in, maar ik was zo vreselijk moe dat ik toch gebruikmaakte van zijn aanbod. Ik geloof dat ik tien uur onder zeil ben geweest. Met een heerlijk uitgerust gevoel stond ik op. Ongelooflijk!

De nacht erop wisselden we: Rens ging naar de zolder en ik zorgde voor Rozanne. Ik nam haar bij me in bed, zodat ik er niet constant uit hoefde. Wonder boven wonder bleef ze bijna de hele nacht stil. Blijkbaar werkte mijn aanwezigheid rustgevend. En van haar had ik veel minder ‘last’ dan van Rens. Ze snurkte niet en trok niet aan de dekens. Bovendien voelde het veilig om haar zo dicht bij me te hebben.

En toen zijn we maar zo blijven slapen: Rens op zolder, ik met Rozanne in ons tweepersoonsbed. Overdag hadden we veel meer energie en we voelden ons opgewekter en meer ontspannen. Als Rozanne wat ouder was, zou ze gewoon naar haar kamer gaan en dan zouden Rens en ik weer naast elkaar slapen. Althans, dat was het plan.

Een jaar later sliep Rozanne hele nachten door. Het werd tijd om haar weer in haar eigen bedje te stoppen. En dat betekende dat Rens niet langer op zolder hoefde te slapen. Maar de eerste nacht samen lag ik tot drie uur wakker. Ik kon er maar niet aan wennen: zijn ademhaling, het getrek met de dekens, gewoon zijn aanwezigheid… De volgende ochtend stond ik chagrijnig op. Ook Rens was niet fit. Ik knarste met mijn tanden en daar was hij een paar keer wakker van geworden.

We hebben het nog een paar nachten volgehouden, tot ik het echt niet meer trok. “Dit wil ik niet meer”, verzuchtte ik ’s ochtends aan de keukentafel. Rens schrok. Hij dacht dat ik bedoelde dat ik niet meer met hem verder wilde! Maar dat was het helemaal niet. Het ging mij puur om het slapen. Ik vroeg of hij weer op zolder wilde gaan slapen, zoals voorheen. Rens begreep het niet. Als je getrouwd bent, hoor je toch alles met elkaar te delen en elkaar altijd te kunnen verdragen? Maar daar was ik het niet mee eens. Het ging mij puur om de praktische kant: ik sliep in mijn eentje tien keer beter. En daar hadden we overdag allemaal profijt van.

We hebben er lang over gepraat en uiteindelijk zijn we tot dezelfde conclusie gekomen: we houden van elkaar, maar slapen liever apart.

 

Nog altijd samen

In het begin schaamden we ons wel voor dit besluit. Het voelde als een nederlaag. Al helemaal toen we ladingen kritiek van vrienden over ons heen kregen. Als het onderwerp ter sprake kwam, stelde iedereen dezelfde vraag: ‘Houden jullie niet meer van elkaar?’ Mensen dachten dat we wilden scheiden. En dat we geen seksleven meer hadden, maar dat was helemaal niet waar. Je hoeft daarvoor echt niet in één bed te slapen, dat kan ook prima op andere momenten. Maar dat ging er bij de meesten niet in. Voor hen was het ondenkbaar om apart te slapen. Dat we er een heel goede reden voor hadden, deed er helemaal niet toe. We werden het zo zat om ons te verdedigen, dat we het onderwerp zijn gaan vermijden. Uitnodigingen voor weekendjes weg sloegen we af, want we wisten dat we op onbegrip zouden stuiten als we niet met elkaar op één kamer wilden slapen. Er was eigenlijk maar één persoon die er respect voor had: mijn moeder. Al die jaren had ze gedacht dat Rens mij niet voldoende ruimte gaf. Maar toen ze dit hoorde, zei ze: “Jullie denken aan elkaar. Dat is echte liefde.”

Sindsdien hebben we geen nacht meer naast elkaar geslapen. Onze vakanties, onze uitjes - altijd zorgden we voor een extra slaapkamer. Op mijn dertigste kregen we nog een zoon. Onze kinderen weten niet beter dan dat wij apart slapen. Inmiddels woont Rozanne samen met een jongen en zij slapen wel gewoon bij elkaar. Ze doet dat helemaal vanuit haar eigen behoefte en dat is prima natuurlijk. Maar ze heeft het duidelijk niet van ons. Zij kan iets wat Rens en ik niet kunnen.

Toch hebben we geen van beiden het gevoel dat we ooit iets hebben gemist. We zijn nog steeds gek op elkaar en delen alles. Ik ga naar bed als ik daar zin in heb en sta op zonder hem ook meteen wakker te maken. En mijn kamer is ook echt van mij: helemaal ingericht naar mijn smaak. Op die plek kom ik helemaal tot mezelf. Dat draagt er absoluut aan bij dat Rens en ik het nog steeds leuk hebben samen. Als ik ’s ochtends wakker word, kijk ik ernaar uit om hem weer te zien. Daar verheug ik me dan op. Hoeveel stellen kunnen dat na bijna veertig jaar huwelijk nog zeggen? Omdat we elkaar de ruimte geven, nemen we elkaar niet voor lief. Elkaars aanwezigheid is geen gegeven. Daardoor geniet je extra van de momenten waarop je wél bij elkaar bent. Die plan je in, daar verheug je je op.

En weet je wat heel ironisch is? Veel vrienden die vroeger zo’n kritiek hadden op onze levensstijl zijn nu niet meer bij elkaar. Samen slapen is dus geen garantie voor een goed huwelijk. Het heeft er zelfs niets mee te maken. Kijk maar naar ons: we delen alles met elkaar, maar onze nachtrust houden we voor onszelf. En juist daarom is hij de man van mijn dromen. Nog steeds. 

Interview: Ons grote, Spaanse avontuur

mei 2013

Voor Mijn Geheim interviewde ik Tilly. Als gevolg van complicaties bij de bevalling hangt het leven van Tilly (nu 44) even aan een zijden draadje. Daarna besluit ze het roer volledig om te gooien. Ze neemt afscheid van haar drukke leven en emigreert met haar gezin naar Spanje. Eenmaal daar verloopt echter niet alles volgens plan... Lees verder:


Fragment: "Heel gek: ineens begreep ik niet meer waarom ik dat harde werken zo belangrijk had gevonden. Sterker nog, ik had er ontzettend spijt van dat ik niet meer tijd met mijn gezin had doorgebracht. Zij waren tien keer belangrijker dan een bedrijf. Wat had ik eigenlijk veel gemist! "Ik heb nagedacht", zei ik op een middag tegen Egon. "Dit kan zo niet doorgaan, dit leven. Ik wil veel meer van jullie gaan genieten." Hij keek me aan alsof hij het niet goed had gehoord. "En de manege dan?" vroeg hij. "Laten we ermee stoppen. Iets totaal anders gaan doen. Weg daar." Mijn stem trilde, maar ik wist het zeker. Egon omhelsde me zwijgend. Ik wist dat hij er hetzelfde over dacht.

Mijn schoonzus woonde met haar man in Spanje. Hij had een bedrijf dat in zuid-vruchten handelde. Egon had al vaker klusjes voor hem gedaan. Het ging zo goed met dat bedrijf dat ze op zoek waren naar nieuw personeel. In Spanje. Toen ze hoorden dat wij opzoek waren naar iets anders, stonden ze te springen: "Kom hierheen!". Dat idee sprak ons wel aan. Zon, zee, strand, en dat voor altijd. Waar zouden we meer van ons gezin kunnen genieten dan daar?"

Dit verhaal verscheen in Mijn Geheim nummer 13/11 2013

Een huis vol verrassingen

april 2013

Voor Intens interviewde ik Saskia, die met haar ouders naar een oude woonboerderij verhuisde. Maar echt thuis voelde ze zich daar niet: er gebeurden allerlei onverklaarbare dingen. Het bleek dat ze er niet alleen waren... Lees hier het hele verhaal of zie hieronder!


Saskia (21) verhuisde met haar ouders naar Brabant, naar een idyllische, oude woonboerderij op het platteland. Eenmaal in het huis, leek er iets niet helemaal in orde: vreemde geluiden, deuren die vanzelf opengingen, lampen die zomaar kapot sprongen. Het spookte in huis.

Zeven jaar geleden zijn mijn ouders en ik verhuisd van een rijtjeshuis in Zuid-Holland naar een woon- boerderij in Brabant. Het leek mij hartstikke leuk om daar te wonen. We kregen veel meer ruimte, zowel binnen als buiten. Onze paarden, die voorheen op de manege stonden gestald, konden daar aan huis staan. Een droom van mijn moeder en van mij. We keken ernaar uit!

 

Ik mocht met mijn ouders mee naar de notaris toen er werd getekend. Een spannend moment natuurlijk, ineens was het helemaal echt. De mensen van wie we de woonboerderij kochten, waren er natuurlijk ook. Ze kwamen aardig en nuchter over, echte Brabantse boeren.

Toen de handtekeningen eenmaal waren gezet, keek die man ons met een geheimzinnige blik aan. Hij zei: ”Veel plezier met jullie nieuwe woning. Het is een huis vol ver- rassingen.” Nou, dat hebben we geweten.

In de eerste weken waren we druk met verbouwen. De woning was oud, er moest van alles vernieuwd worden. We hebben wekenlang in de rommel geleefd. Toen dat eenmaal achter de rug was, konden we het eindelijk in- richten zoals we wilden. Ik kreeg een mooie nieuwe kamer en van de oude schuur werd een binnenrijbak gemaakt, zodat we daar overdekt konden paardrijden. Het resultaat was prachtig, maar net toen we ons er thuis begonnen te voelen, leek het alsof er iets mis was met de elektriciteit. De lampen knipperden telkens.

Oude ziel

Vooral in de keuken was het erg. Soms leek het wel een discotheek, met al dat geflikker. Mijn vader, die is afgestu- deerd in elektrotechniek, baalde enorm. Het lag niet aan de lampen, die waren allemaal in orde. Hij dacht daarom dat er iets mis was met de bedrading. Alles werd gecon- troleerd, maar de oorzaak werd niet gevonden. Ik kreeg er een onheilspellend gevoel bij en ik kon het niet helemaal plaatsen. Tot die ene avond.

We zaten met zijn drieën aan tafel te eten. Het was een gewone avond, niets bijzonders. Maar ineens, uit het niets, klonk een piepend geluid: het was het kinderslot van de elektrische kookplaat. We keken elkaar aan en toen naar de kookplaat. Die ging ineens aan, gewoon uit zichzelf! We hadden allemaal gezien dat hij uitstond. ”Onmogelijk dat zo’n kinderslot vanzelf opengaat!” zei mijn vader. Hij snapte er helemaal niks van. Mijn moeder en ik keken elkaar aan. Vanaf dat moment wisten we het: we waren niet alleen in het huis.

Ik geloof dat er meer is tussen hemel en aarde, want zo- lang als ik mij kan herinneren, voel en zie ik meer dan de meeste mensen. Als kind zag ik bijvoorbeeld vaak allemaal kleurtjes om mensen heen: een aura, weet ik nu. Dat is een energieveld dat alle levende wezens omgeeft. Het weerspiegelt je karakter en je gestel: als je ziek bent, kan je dat aan bepaalde kleuren aflezen. Het was voor mij normaal om aura’s te zien en ik dacht dat iedereen het zag. Pas toen ik ouder werd, begreep ik dat het helemaal niet zo is.

Ook kan ik van jongs af aan lichamelijke klachten aanvoelen van mensen in mijn omgeving. Als mijn vader hoofdpijn had, kon ik precies aanwijzen waar het zat. Ik voelde het dan in mijn eigen lichaam, maar het was een heel andere sensatie. Daaruit kon ik opmaken of de pijn van mezelf was, of van een ander.

Ik ben dus altijd al heel gevoelig geweest voor de dingen om mij heen. Mijn moeder zegt vaak dat ik een oude ziel heb. Daarmee bedoelt ze dat ze denkt dat ik al veel levens achter de rug heb.

Vreemd

Mijn ouders zijn niet gelovig en ook met reïncarnatie had- den ze niets, totdat ze mij kregen. Ik was nog maar een kleuter toen ik riep dat zij heus niet de enige ouders waren die ik had gehad. Ook zei ik vaak dat ik terugwilde naar ’de eilanden’. Waar haalde ik dat vandaan, op die leeftijd? Mijn ouders vonden het zo vreemd.

Ik herinner me ook nog dat ik in groep drie zat en we op school een traktatie kregen. Een bakje chips met Chinese stokjes, als thema, voor de lol. Het was helemaal niet de bedoeling om met die stokjes te eten, maar ik pakte ze op en gebruikte ze gewoon, alsof ik altijd zo at. Dat was niet zo: thuis hadden we nog nooit met stokjes gegeten. De juf vroeg hoe ik dat had geleerd, waarop ik zei dat ik het nog van ’vroeger’ wist, toen ik nog in China woonde. De klas keek me raar aan. Ik was nog nooit buiten Europa geweest, ik wist niet eens waar China lag. Maar blijkbaar zaten die dingen toch in mijn onderbewustzijn.

Als kind weet je niet wat spiritualiteit is, je bent nog he- lemaal blanco. Ik kon nog niet lezen en had nooit in mijn leven een griezelfilm gezien. Toch nam ik allerlei dingen waar. Daarom weet ik dat het echt is. Mijn moeder zegt vaak dat ze mij heeft gekregen om zich te leren openen, om ’wakker’ te worden op spiritueel gebied. Als kind hoorde zij weleens dingen die anderen niet hoorden, maar haar omgeving stond er niet voor open. Ze dacht dat ze gek was. Maar wij kunnen er samen over praten. Onze band is daardoor sterk en we voelen elkaar heel goed aan. Toen we merkten dat er iets in ons huis zat, namen we ons voor dat zo veel mogelijk te negeren. We hoopten dat het vanzelf zou weggaan als we er geen aandacht aan zouden schenken. Maar dat gebeurde niet, integendeel: de gebeurtenissen namen alleen maar toe.

Soms voelde ik een ijzige kou langs me trekken, terwijl ramen en deuren gesloten waren. Het huis tochtte niet, je wist dan gewoon dat er iets was wat je niet kon zien.

Lees hier de rest van het verhaal

 

Interview: studeren tot je erbij neervalt

april 2013

Voor tijdschrift Intens interviewde ik Marit. Ze wilde heel graag dierenarts worden, maar de studie viel niet mee. Na twee jaar zwoegen moest ze helaas besluiten ermee te stoppen. Maar makkelijk was dat niet. 


Fragment: 'Opnieuw haalde ik slechts twee van de zes vakken. De paniek sloeg toe. Hoe kon dit mij overkomen? Mij! Ik was er heilig van overtuigd dat het een kwestie van beter leren was. Dingen in je kop stampen, meer niet. Ik moest dus nóg beter mijn best doen, nog meer druk op mezelf leggen. De zomervakantie brak aan en daarna zou ik hertentamens hebben. Ik was vastbesloten om deze te halen. Ik maakte een strak schema voor mezelf: om zes uur 's ochtends stond ik op en dook gelijk in de boeken. Om tien uur ging ik dan naar mijn paard en ik zorgde ervoor dat ik om twaalf uur thuis was, zodat ik tot drie uur kon leren. Dan liet ik de hond uit en ging om half vier weer verder tot het avondeten. Na het avondeten ging ik meteen naar boven, om door te gaan tot ik bijna in slaap viel. Dat hield ik wekenlang vol. 'Sla je niet een beetje door?' vroeg mijn moeder. 'Het is wel erg zwaar allemaal. Misschien moet je erover nadenken om met de studie te stoppen.' Dat wilde ik dus echt niet horen! Falen was geen optie...'  Intens nr. 13/10

Interview: Ik heb geen man nodig!

april 2013

Voor Intens interviewde ik fotomodel Anne. Alles zit haar mee: ze heeft leuke vrienden, een droombaan en ze is gek op reizen. En ze is al vier jaar single. Dat is een bewuste keuze: ze moet niets van relaties hebben. Ze houdt gewoon enorm van haar vrijheid. Toch zijn er veel mensen die vooroordelen hebben omdat ze liever alleen blijft. En dat terwijl ze gewoon hartstikke gelukkig is! Lees verder:


Fragment: 'Ik vind het geen probleem dat ik single ben. Mijn leven is namelijk compleet: ik heb leuk werk, lieve vrienden en vriendinnen. Ik heb alle ruimte om te doen wat ik wil. En ik kan heel goed alleen zijn. Misschien klinkt het raar, maar ik heb het gewoon prima naar mijn zin met mezelf. Ik heb vaker behoefte om alleen te zijn dan dat ik behoefte heb aan gezelschap. Dus eigenlijk ben ik gewoon niet het type voor een relatie. Ik moet er niet aan denken om samen te wonen en om alles te delen. Vreselijk. En ik ben zo blij dat ik helemaal geen verplichtingen heb. Dat ik niet naar verjaardagen hoef en met kerst gewoon lekker op de de bank kan hangen in mijn pyjama. In een relatie moet je zo veel compromissen sluiten, ik heb daar op dit moment helemaal geen zin in...' Dit interview verscheen in Intens nummer 13/10 2013

Interview: Yoga veranderde mijn leven

april 2013

Voor tijdschrift Mijn Geheim interviewde ik Sjanie Sintmaartendijk. Nadat haar zus overleed ging ze op yoga om tot rust te komen. Maar de lessen hadden zo'n overweldigend positief effect op haar, dat ze besloot haar leven om te gooien om zelf yogadocente te worden. Een inspirerend verhaal over contact leren maken met jezelf. Lees meer:


Fragment: 'Als kind had ik vragen die bij ons thuis door niemand anders werden gesteld. Waarom waren we op de wereld? Wat was de zin van het leven? En waarom hadden mijn ouders mij geboren laten worden? Heel gek natuurlijk, want welk kind vraagt zich dat soort dingen nou af? Mijn familie wist zich daar geen raad mee. Ik was zo anders dan mijn broers en zussen, dat ik niet geloofde dat ik echt een kind van mijn ouders was. Het ging zelfs zover dat mijn moeder mijn geboorteacte er een keertje bij heeft gezocht, om aan te tonen dat ik toch echt bij het gezin hoorde. Toen moest ik het wel geloven. Ik voelde me ongelukkig, al wist ik niet precies waarom...'

Interview: Kiezen voor jezelf

Voor tijdschrift Mijn Geheim interviewde ik Monique. Na een ongelukkig huwelijk durfde ze eindelijk de knoop door te hakken en weg te gaan bij haar man. Samen met haar drie kinderen begon ze aan een nieuw leven, maar uitgerekend toen bleek ze een chronische darmziekte te hebben... Lees verder:


Fragment: 'Ik moet nog steeds leren om goed voor mezelf te zorgen. Ik heb de neiging om altijd maar door te gaan, tegen mijn gevoelens in. Mijn lichaam herinnert mij daar constant aan. Dat is eigenlijk het enige positieve dat de ziekte van Crohn mij heeft gebracht: het leert me om naar mezelf te luisteren, hoe moeilijk dat ook is. Ik hoop dat ik daar in de toekomst nog veel aan heb. Want ik ben niet van plan om bij de pakken neer te gaan zitten.' Dit interview verscheen in Mijn Geheim nummer 13/06 2013

Interview: Nu mis ik hem nog meer

Voor Intens interviewde ik Richella. Ze verloor op jonge leeftijd haar vader. Hoewel ze het inmiddels een plek heeft gegeven, komen de gevoelens van gemist nu in alle hevigheid terug. Ze is namelijk zwanger van haar eerste kind, en dat haar vader dit niet mee kan maken is heel confronterend. Lees verder:


  Fragment: 'De mensen van het rouwcentrum wilden graag naar huis, maar mijn moeder stond erop dat ik mijn vader nog zou zien. Eigenlijk durfde ik niet, want als ik hem zou zien, dan was het echt. Dan werd alles bevestigd en dan kon ik niet meer doen alsof hij nog leefde. Toch ben ik meegegaan. Hoe het precies ging, kan ik niet meer zeggen. Het is een gat in mijn geheugen. Ik heb het verdrongen. De man die ik daar zag liggen, was mijn vader niet meer. Zijn gezicht was onherkenbaar. Hij was plat op zijn neus gevallen, alles was gezwollen en blauw. Ik reageerde woedend en ik werd boos op de mensen van het rouwcentrum. Ze stonden daar in driedelig pak. Dat vond ik zo naargeestig. Alsof ze het erom deden, alsof ze wilden benadrukken hoe dood mijn vader was. Het is zo bizar: het ene moment zit je lekker op je werk, het andere moment bezoek je je vader in een rouwcentrum...' Dit interview verscheen in Intens nummer 13/05 2013

Interview: In één klap volwassen

maart 2013

Voor Intens interviewde ik Emma. Ze was pas een tiener toen haar ouders plotseling uit elkaar gingen. Van de ene op de andere dag voelde ze zich verantwoordelijk voor haar zusjes, en nam ze de rol van haar moeder op zich... Lees verder:


 

Fragment: 'Ik was zestien toen mijn vader op een avond mijn kamer binnenstormde met een vertrokken gezicht. "Je moeder is weg", zei hij. Ik begreep niet wat hij bedoelde. Hij pakte zijn telefoon en liet een berichtje lezen. Het was van mijn moeder. Er stond in dat ze zijn verdriet niet kon aanzien en het daarop per sms deed: ze was weg en kwam niet meer terug. Ik kon het niet geloven, ik was in shock. Was dit mijn moeder, zat ze zo in elkaar? eigenlijk deed dat het meeste pijn. Dat ik haar blijkbaar helemaal niet kende, dat ze zoiets kon besluiten zonder dat wij daar enig idee van hadden. In al die jaren had ze niets laten doorschemeren. Geen waarschuwing, niks! Mijn vader was er stuk van. Dat voelde heel ongemakkelijk. Ineens waren we op elkaar aangewezen, terwijl de schakel tussen ons verdwenen was: mijn moeder...' Dit interview verscheen in Intens 13/04 2013ew

 

Interview: Ik voelde me vies en beschadigd

februari 2013

Voor Intens interviewde ik Tanja. Ze had een vaste vriend en ging voor hem aan de pil. Een soa-test was niet nodig, want die hadden ze beiden in de maanden ervoor nog laten doen. Althans, dat hield haar vriend haar voor. Want een paar maanden later kreeg Tanja toch rare klachten... Lees verder:


Fragment: 'We waren drie maanden samen toen het tersprake kwam: of ik aan de pil was, zodat we het zonder condoom konden doen. Ja dus. Vic, mijn nieuwe liefde, vond seks zonder condoom veel beter dan met. Als man voel je dan blijkbaar veel meer, het is directer. Ik kon dat wel begrijpen, maar ik wilde wel zeker weten dat we allebei gezond waren. Hij verzekerde mij ervan dat alles in orde was...' Dit interview verscheen in Intens nummer 13/04 2013

Interview: Grenzeloos verliefd

februari 2013

Voor tijdschrift Intens interviewde ik Danielle. Ze verloor haar hart aan een jongen uit Uruguay. Een bijzondere liefde, maar geen makkelijke. Hoe houden ze dat vol, zo ver weg van elkaar? Lees verder: 


Fragment: 'Wanneer ik aan mensen vertel dat mijn vriend uit Uruguay komt, krijg ik wel eens negatieve reacties. Mensen veroordelen het. Ze vragen waar ik niet gewoon een jongen dichter bij huis zoek, ze zeggen dat er genoeg leuke Nederlandse mannen zijn. Of ze waarschuwen dat hij het misschien voor het geld doet, voor een verblijfsvergunning. Ik probeer me daar niet te veel van aan te trekken, ik vertrouw Gaston volledig. In de weken dat hij hier was, hebben we elkaar nog veel beter leren kennen. Als vrienden ons samen zagen, hoorden we vaak dat het leek alsof we al jaren bij elkaar waren. De liefde spat er gewoon vanaf.' Dit interview verscheen in Intens nummer 13/04 2013ew

Interview: alles moet op

Voor tijdschrift Intens interviewde ik Maaike. Ze kampt al jaren met een eetstoornis, wat resulteert in binge eating: eten tot je bijna letterlijk knapt. Hoe vaak ze het ook probeert, ze kan er niet mee stoppen. Ze vertelde openhartig over deze hardnekkige eetverslaving. Lees het hele interview hier. 

 

Reportage: wat ex-KLM'ers in China te zoeken hebben

2012

Voor tijdschrift 'Pilots and Planes' schreef ik een persoonlijke reportage, over gepensioneerde Nederlandse piloten die in China hun carrière voortzetten. Nadat mijn vader met pensioen ging bij de KLM wilde hij nog niet stoppen met vliegen. De pensioenleeftijd is daar namelijk erg laag: 56 jaar. Mijn vader solliciteerde bij Air China en werd al snel aangenomen. Ik zocht hem op in Beijing, om een kijkje te nemen in de expat-wereld. Lees meer...


Fragment: "Expats: wat ex-KLM'ers in China te zoeken hebben. Tijdens de daling mocht ik in de cockpit zitten. Op een stoel achter de captain. Hij hield net zijn praatje voor de passagiers. Nul graden in Peking, maar gelukkig scheen de zon en zou het onbewolkt blijven. En straks, gedurende de nadering, konden we aan de linkerzijde een stukje van de Grote Muur zien. Het was niet de eerste keer dat ik op deze plek in de cockpit zat. Op die smalle stoel, bedekt met een grijze schapenwollen vacht, ingesnoerd in een wirwar van riemeen die mij moesten beschermen tegen turbulentie of ander onheil. Ik kende deze plek, dit uitzicht door de voorruit, de aanblik van twee mannen in uniform die gedecideerd hun werk deden. Het schitteren van hun gouden epauletten in de leeslampjes uit het plafond, de krakende stemmen van de verkeersleiding door de luidsprekers op de achtergrond. Maar hoe vertrouwd het observeren van de routine in de cockpit ook was, toch klopte er voor mij iets niet. Want de stoel waar de captain zat was naar mijn idee voor iemand anders bestemd. Namelijk voor mijn vader, Willy Rozendaal. Jarenlang was hij de enige piloot die ik kende. Regelmatig reisde ik met hem mee. Dan kreeg ik een kaartje om mijn nek, een 'Cockpit Permit', zodat ik hem op de voet kon volgen en in de gaten houden hoe hij die enorme blauwe kist eingenhandig in de lucht hield. Natuurlijk, alle piloten konden dat, maar het was net even anders om dat mijn eigen vader te zien doen. De manier waarop hij het vliegtuig naar de afgelegen polderbaan taxiede, met evenveel zelfverzekerdheid als waarmee hij thuis de auto parkeerde. Hoe hij, eenmaal in de lucht, vanachter het stuur zijn krantje zat te lezen, precies zoals hij dat thuis aan de keukentafel deed. Een gewone man, een gewone vader, die het voor hem hoogst haalbare had bereikt: baas worden op de Grand dame van de KLM, de majestueuze Boeing 747-400. Tot hij in juli 2010 met pensioen ging. 

Plotseling hield het KLM leven voor mijn vader op. Van de ene op de andere dag was hij geen piloot meer, op zesenvijftig jarige leeftijd. Hij moest met pensioen. Met de nadruk op moest, want als het aan hem had gelegen, had hij graag nog een aantal jaren door gevlogen. Een kwestie van CAO dus. 'Zo is het afgesproken bij indiensttreding. Je levert je toegangspas voor Schiphol in en het is voorbij', aldus rozendaal. Die relatief lage pensioenleeftijd voor KLM piloten is al langer een discussiepunt. Alleen  piloten die er voor kiezen op jongere leeftijd deeltijd te gaan werken, kunnen na de pensioendatum de minder gevlogen uren 'inhalen', en op die manier hun carriere oprekken. Maar voor hen die daar niet voor kiezen, waaronder mijn vader, houdt het onherroepelijk op. De oudere piloten zijn veelal voorstander van langer doorwerken, maar de jongeren zijn in meerderheid positief over de huidige regeling. Die vroege pensionering zorgt namelijk voor snelle doorstroming en geft iedereen de kans om intercontinentaal gezagvoerder te worden. Een promotie maken dus, en daardoor gemakkelijker de vaak zelfgefinancierde opleiding terugverdienen. 

'Als je jong bent wil je gezagvoerder worden, en als je dat eenmaal bent wil je er niet meer uit', aldus Rozendaal. 'Vliegen is voor mij en veel collega's niet alleen beroep, maar ook een passie en manier van leven. Dat raak je allemaal kwijt. Na een jaar verloopt je brevet en daarna zul je nooit meer een vliegtuig in de lucht brengen. Het heeft geen zin om je daar druk over te maken, je weet dit als je de arbeidsovereenkomst ondertekent. Maar als de KLM mij had gevraagd of ik door zou willen vliegen had ik geen seconde getwijfeld. Graag, heel graag zelfs.'

Hij zat nauwelijks drie weken thuis toen hij de advertentie in een vakblad zag. Air China Cargo zocht piloten die bevoegd waren de Boeing 747 te vliegen. 'Het gebeurt regelmatig dat de buitenalndse maatschappijen adverteren in vakbladen. Het bedrijf zocht wat ik te bieden had. Ervaren gezagvoerders om vrachtvluchten uit te voeren. Iets waar die grote 747 bij uitstek geschikt voor is. Dus mailde ik mijn cv, een overzicht van mijn vliegervaring en een aanbevelingsbreif van de KLM. Al snel kwam er van nhun selectiebureau een telefoontje, of ik per omgaande naar Peking wilde komen. Twee dagen later zat ik in het vliegtuig.' Door willen werken na zijn pensionering was welbeschouwd geen besluit, maar een gegeven. 'Het is de uitdaging, en een kijkje nemen in andersmans keuken. En natuurlijk niet willen stoppen met vliegen. Ik wil me piloot blijven voelen.'

Ik tref ze in Europlaze. Een groepje mannen dat als op een uitgedoofd verjaardagsfeestje onderuitgezakt in een cafetaria hangt. De expats. In dit geval allemaal collega-vliegers van Air China, die hier in hun vrije tijd samen komen. Sommigen zojuist teruggekeerd van een lange vlucht, anderen hebben tot diep in de nacht simulatortests moeten doen en twee van hen zijn uitgeweest. Mijn vader zit er ook bij, in een namaak merkshirt. Gekocht op Silk Market, een walhalla voor dergelijke producten. De mannen zijn hier vertrouwd. Ze weten de restaurants, de clubs, de kroegen. Maar de meeste tijd brengen ze hier door, in deze koffietent die om de hoek van hun appartementen complex ligt. Ze drinken cappuccino of groene thee die wordt geserveerd met echte blaadjes. Dat lijkt het enige stukje China hier, in dit onpersoonlijke winkelcentrum van beton en getint glas. Chique maar zonder cachet. En toch voel ik trots, om mijn vader hier te zien zitten. Want hoe gewild westerse piloten in China ook zijn, je wordt niet zomaar aangenomen..." Lees de hele reportage in Pilots & Planes bulletin nr 314, jan/feb 2012, te bestellen op de website (ook digitale versie)

   

  

 

Reportage: Was mijn moeder er nog maar...

mei 2013

Voor tijdschrift Intens interviewde ik Simone (23). Ze verloor op zesjarige leeftijd haar moeder. Een paar jaar later kreeg haar vader een nieuwe liefde, Elza, maar dat klikte niet. De vriendin van Simone, Melissa (31), laat haar inzien dat het niet alleen aan Elza ligt. Lees meer...


 

Fragment: Ik was zes jaar oud, toen mama overleed. Ze was toen pas tweeëndertig. Ze had een zeldzame vorm van kanker, het was een strijd die ze niet kon winnen. Ik was nog zo jong, dat ik het destijds niet echt begreep. We waren veel in het ziekenhuis, ze lag altijd op bed. Maar dat ze letterlijk doodziek was, snapte ik pas toen ze op sterven lag. (...) Nadat ze overleed, voelde niets meer hetzefde. Alsof er een gat in mijn hart zat, dat niet kon worden gedicht. Een gevoel van leegte, van verloren zijn. Dat is altijd gebleven, mijn leven voelde nooit helemaal compleet. Bij alles wat ik deed, bij elke fase die ik doorliep: altijd was er dat schrijnende gevoel op de achtergrond. Een overheersend gemis, omdat moederliefde onvervangbaar bleek te zijn. En ook al was Elza er altijd, toch was haar rol niet te vergelijken met die van mijn echte moeder'.

Dit interview verscheen in Intens nummer 13/12 2013

Reportage: Annemarie van der Toorn

Voor tijdschrift Hoefslag mocht ik een kijkje nemen achter de schermen bij een ponycursus, gegeven door Annemarie van der Toorn. De reportage verscheen in Hoefslag nummer 12. 

Fragment: "De cursus wordt gegeven bij Annemarie thuis: een prachtige boerderij, met een schuur vol pony's en paarden. Het is rustig op het erf, want de cursus is volop in gang. Een groepje van tien kinderen staat in de binnenbak. In het midden van hen staat een ijzeren ton op een standaard. Er ligt een zadel op en aan de achterkant is een handvat gemaakt. Wat is dat voor ding? 'Dit is ijzeren Henkie', vertelt Annemarie. 'Onze zelfgemaakte boksimulator. De ton maakt namelijk precies dezelfde bewegingen als een pony die bokt. Net echt dus.'...."

Reportage: Paardentolk

Voor tijdschrift Hoefslag interviewde ik Monique Kleijne. Ze is gespecialiseerd in het gedrag van paarden en kan daardoor met ze communiceren. Zodoende helpt ze de band tussen eigenaar en paard te verbeteren.

Fragment: Voor veel mensen is het de ultieme fantasie: praten met dieren. Want wat zou het geweldig zijn als je aan een pony kon vragen wat hij heeft gedaan als hij kreupel uit de wei komt, of hoe zijn vorige eigenaar was en wat hij van jou denkt. Gelukkig kunnen we veel opmaken uit lichaamstaal en gedrag, maar sommige dingen over onze viervoeters komen we nooit te weten. Want een gesprek aan gaan zoals je met je vriendinnen doet gaat immers niet. Of toch wel...?

(2011) Voor tijdschrift 'Piloot en Vliegtuig' schreef ik een reportage over mijn vader, met als titel 'Piloot & dochter'.  

"Zo lang als ik leef is mijn vader piloot. Ik weet dus niet beter dan dat hij bij ieder vliegtuig dat overkomt hij alles uit zijn handen laat vallen om te kijken. Dat hij dagenlang weg is, soms naar bestemmingen die ik niet ken. En ik weet ook hoe het bij hem begonnen is, namelijk toen hij als elfjarige zijn vader op het Zuid-Hollandse akkerland hielp, en Piper Cubs regelmatig overvlogen omdat daar het militaire laagvlieg gebied was. Lees verder: 

 


 

‘Ik kan het nog dromen, dat geluid van die Lycoming motoren. De polders waren begrensd door dijken, afgezet met hoge populieren. Vanachter die bomen kwamen ze plotseling aangesuisd om over de rivier te verdwijnen. Dat was zo adembenemend om te zien, die twee poppetjes met hun grijze helmen die soms terugzwaaiden naar ons. Zij konden zien wat er achter de horizon lag. Zo dichtbij ons en toch zo onvoorstelbaar vrij. Je zou kunnen zeggen dat het een soort poëtisch gevoel is, wat ik bij vliegtuigen heb. Een gevoel dat lang geleden is begonnen en nooit over is gegaan.’, aldus mijn vader, Willy Rozendaal (56)."

op de 747 van de KLM word je niet zo maar. Dat mijn vader een bepaald gezag uitstraalt merk ik als we op Schiphol komen, en hij een ‘Cockpit permit’ om mijn nek hangt zodat we overal voorrang krijgen. Eigenlijk heb ik het nooit goed begrepen, dat mijn vader de ‘baas’ is van zo’n groot vliegtuig. Ik ken hem namelijk als een dagdromer. Hij was een laatbloeier, kon als tiener niet goed mee komen op de HBS en moest daarom van school. Hij hoopte ooit schrijver of popartiest te worden, en ging daarom werken als ijscoman en  administrateur op een verzekeringskantoor. Een carrière als piloot was voor hem te hoog gegrepen dacht hij, maar toen er wat geld binnenkwam besloot hij als hobby vlieglessen te nemen. ‘Op de vliegschool kreeg je langzaam zicht op hoe de vliegwereld in elkaar zat. Ik wist dat wij, ‘vrije markt vliegers’ zelden terecht kwamen in de beroepsluchtvaart. Niemand gaf je schijn van kans, maar ik zette door’. Na het behalen van het sportvliegbrevet ging hij vervolgens vijf avonden in de week naar Schiphol voor de theorie van het beroepsbrevet. ‘We begonnen met vierendertig man, uiteindelijk slaagde maar een handje vol. Het werd vanaf dat moment steeds serieuzer: in Texas maakte ik de benodigde vlieguren, waarna ik in 1980 het eerste beroepsbrevet, B3 haalde. Daarmee kon ik als freelance vlieger wat rondvluchten doen, reclame slepen en met luchtfotografen op stap. Het was keihard werken maar ik vond het geweldig. En dat allemaal naast mijn administratieve baan.’.

Halverwege de jaren tachtig werd vliegen steeds goedkoper en groeide de markt enorm. Dat was het moment dat mijn vader, die inmiddels al jaren vloog, zijn inspanning beloond zag. ‘Ik werd aangenomen bij Netherlines. Wat was ik trots op de stoere turboprop die we vlogen. Na veertien jaar kon ik de kantoorbaan opzeggen en gaan ‘leven van de lucht’. Ik was drieëndertig en had mijn doel bereikt. Maar toen ik hoorde dat de KLM de aanname leeftijd van eenendertig naar vijfendertig verhoogde, twijfelde ik geen moment en solliciteerde. Er bleek een probleem te zijn. Hoewel ik aan alle eisen voldeed, miste er voor de KLM één cruciaal document: een havo opleiding met exacte vakken. Dus ik haalde onmiddellijk de benodigde examenbundels om thuis te studeren en een half jaar later staatsexamen te doen. Maar voor ik daarmee klaar was, moest ik al beginnen bij de KLM, zo hard had men mensen nodig. Uiteindelijk werd de moeite beloond. Vanaf het moment dat ik officieel bij de KLM in dienst trad verliep mijn carrière in gebaande wegen. Na zes jaar Cityhopper werd ik gezagvoerder  op de B737. Een aantal jaar later gezagvoerder op de Boeing 767, waar we intercontinentaal mee vlogen. En uiteindelijk, als gevolg van die onophoudelijke uitbreiding, werd ik toch nog gezagvoerder op een grote widebody: de 747. Het vlaggenschip. En hoewel ik alles met immens plezier heb gedaan voelt dit toch als de ultieme beloning. De KLM is een bedrijf met een enorme uitstraling. Als ik, waar ook ter wereld, op het vliegveld aankom en die majestueuze blauwe vogel zie staan, dan tintel ik van trots en geluk omdat ik die kans heb gekregen. Het is een voorrecht om zo te kunnen genieten van je werk. Wanneer ik dan de powerlevers naar voren schuif en die vierhonderd ton zich in beweging zet, dan voel ik mij weer het kereltje dat door de polder zwerft, wachtend op een overscherende Piper Cub.’.

Trots, dat is wat mij opvalt als mijn vader de cockpit binnenkomt en plaats neemt op zijn stoel. Wanneer hij zijn uniform aan heeft lijkt hij te groeien. En hoewel ik zie dat hij niet naar zijn pensioen uitkijkt, weet ik ook dat hij er op voorbereid is. ‘Er staan honderden mensen te wachten die net zo graag aan de slag willen als ik ooit wilde. Die dezelfde droom hebben. Al is het met weemoed, ik maak graag plaats.’, zegt hij nog, waarna hij de microfoon pakt en het bekende praatje houdt. ‘This is your captain speaking, welcome on board...'

 

 

 

Reportage: Op paardenjacht in China

2011

Voor tijdschrift Hoefslag schreef ik een reportage over mijn zoektocht naar paarden in China:

'Als paardenmens ben je veel met paarden bezig, zelfs als je op vakantie gaat. Neem bijvoorbeeld China, waar ik begin 2011 naartoe reisde. In gedachten zag ik de Mongolische steppen voor me, waar wilde paarden in kuddes over het land razen, dichtbij hun natuur alsof er in al die eeuwen niets is veranderd. Het Mongoolse steppepaard is een van de invloedrijkste rassen voor alle paarden die wij kennen. Ergens hoopte ik daar in China de oorsprong van mijn eigen paard te vinden.' Lees meer...


 

Met een reis van tien uur voor de boeg was ik blij met mijn reisgezelschap in het vliegtuig. Anna Yue (25) heette ze, geboren in Beijing en studente in Nederland. Ze ging een weekje terug naar China om haar familie op te zoeken. Ze vertelde van alles over Beijing, waarna ik vroeg of daar ook een manege is. Ze keek me verbaasd aan. 'Paarden worden daar bijna nooit gebruikt voor recreatie', vertelde ze. 'Alleen in het westen van China, bij Mongolië, worden trektochten georganiseerd voor toeristen. Maar een inwoner van Beijing die een paard houdt om er zelf op te rijden, voor de hobby? Nog nooit van gehoord.' Dat viel even tegen. China is zo'n prachtig land, ongerepte natuur, vol met bijzondere en zeldzame diersoorten. Je zou toch denken dat de bevolking dicht bij de natuur staat, veel dichter dan wij nuchtere Hollanders? En hun paarden dan, die nog zo nauw verbonden zijn met het oerpaard, de Przewalski. Zij leefden in de prehistorie al op de steppen tussen Europa en Azië. Tegenwoordig worden ze beschouwd als het laatste nog levende ondersoort van het paard. In 1977 leefden er wereldwijd nog maar zo'n 300 van deze oerpaardjes, in 1997 waren het er gelukkig 1450. China probeert dit oude ras in leven te houden door ze te fokken en om de twee jaar een kudde van zestien paarden vrij te laten op de Mongolische steppen. Mar blijkbaar gaat de Chinese paardenliefde niet verder dan dat. Dat verbaasde mij toch wel. 

Er zijn veel paarden op de wereld, naar schatting 58 miljoen, waarvan 7.402.450 paarden in China. Met zo'n enorm aantal zou je denken dat de ruitersport erg populair is. Maar dat is dus niet zo, begreep ik uit Anna Yue's verhaal. Veruit de meeste paarden worden als werkdier op het platteland gebruikt en gezien als vee, met als doel ze op te eten. In China geldt namelijk dat alle dieren gedood en gegeten kunnen worden. Katten, honden, slangen, insecten en dus ook paardenvlees is geen uitzondering op een Chinees bord. Hoewel het land dus totaal niet voor paardrijden is ingericht, schijnt interesse voor paardensport toch te groeien. Vooral sinds de Olympische Spelen in 2008, die in Beijing werden gehouden. Sindsdien worden er steeds meer paarden geïmporteerd en zijn er zelfs plannen om een complete paardenstad te creëren. Het oet een enorme trainingsschool worden waar zo'n achtduizend hippische studenten terecht kunnen. Er zullen opleidingen worden gegeven op alle gebieden rond paardenhouderij; er komt een renbaan, een paardenkliniek, maar ook hotels en een evenementenbureau. De planning is om zo'n duizend paarden te huisvesten, waarmee het de aller grootste manege ter wereld zou zijn. De paardenstad moet in 2015 al geopend worden. 

Paardrijden werd duizenden jaren geleden al in China geintroduceerd, waarschijnlijk rond de derde eeuw voor Christus. De Chinezen moesten wel, want China werd herhaaldelijk aangevallen door nomandische ruitervolkeren uit buurlanden. Daarom besloot China ook bereden troepen in te zetten, waardoor het vervoer veel sneller ging en de verdediging beter werd. Daarbij speelden ze een grote rol in de ontwikkeling op ruitergebied. Zo ontwierpen de Chinezen het borsttuig en hebben ze de tandem uitgevonden, zodat twee paarden achter elkaar op smalle bergpaadjes een kar konden trekken. Al snel werd de vraag naar paarden groter. China importeerde de paarden uit verschillende plaatsen in Oezbekistan, een klein land in midden Azie. De paarden uit de stad Samarkand hadden een opvallend metaalachtige kleur, waardoor zij bekend stonden als de 'gouden paarden van Samarkand'. Ook werden er paarden uit de provincie Fergana geimporteerd. Zij werden gezien als afstammelingen van bovennatuurlijke paarden en kregen daarom de bijnaam 'Hemelse paarden'. Door deze bijzondere rassen te mengen ontstond een sterke calverie, al waren de dieren vrij klein, meestal rond de 1.50 meter. Het zijn de voorouders van de hedendaagse woestijnpaarden en het Turkmeense paard. Vandaag de dag zijn het nog steeds deze kleine, maar pittige paarden die het meeste in China voorkomen. Het was mede dankzij hun moedige aard dat de nomaden werden verslagen en het Chinese Rijk zich uit kon breiden tot in Centraal Azie. Paarden hebben dus een belangrijke rol gespeeld in de Chinese geschiedenis. 

Om elf uur 's ochtends landde mijn vliegtuig in en ijskoud, maar zonovergoten Beijing, de hoofdstad van China. Howel ik duf was van de vlucht keek ik mijn ogen uit. Ik schrok van het verkeer. Fietsers die brutaal de weg overstaken, rode verkeerslichten die er blijkbaar alleen voor de sier hingen, aangezien iedere chauffeur ze negeerde. Een chaos dus, absoluut geen plek om lekker langs de weg een buitenritje te maken met je paard. 

Er gingen drie weken voorbij: nergens zag ik een paard. Maar ik miste niet alleen paarden, er waren ook amper andere dieren rond Beijing te vinden. Alleen in de amere buurten kwam ik wat straathonden tegen. En door het winterseizoen bespeurde ik op wat ganzen na maar weinig vogels. Behalve de tientallen kippen in kooien op de lokale markt dan. Eigenlijk had ik de moed al opgegeven, maar in de laatste week zag ik hem. In de verte langs de weg. Een klein zwart paardachtig dier: een muildier, voor een enorme kar. Met veel gebaren wist ik de taxichauffeur, die geen woord Engels sprak, vaart te doen minderen zodat ik snel een foto kon nemen. Met zijn grote ogen staarde het dier dromerig voor zich uit. Hij bleef trouw staan wachten, terwijl twee mannen achter hem druk aan het werk waren. Het deed me glimlachen. Goed, dit dier stond mijlenver van mijn eigen paard in Nederland af, maar ergens gaf het toch een gevoel van herkenning. Al was het alleen maar omdat ik na drie weken zonder paarden afkickverschijnselen begon te vertonen en door het dolle heen was eindelijk iets te zien wat er op leek. Het werd tijd om naar huis te gaan, en mijn paard te vertellen over zijn achterachter-achterneef, die ik zojuist had ontmoet.

Reportage: Polo

2010

Voor tijdschrift Hoefslag mocht ik een kijkje nemen in de wereld van polo. Een bijzondere tak van de paardensport die niet voor veel mensen is weggelegd.

Reportage: Elke hap een hel

2009

Voor tijdschrift Yes mocht ik een reportage schrijven over verschillende eetproblemen, naar aanleiding van mijn eerste boek, 'Gek van eten, als voeding je leven regeert'. Zie meer...


 

 

 

Reportage: politiepaarden

2011

Voor tijdschrift Hoefslag schreef ik een reportage over politiepaarden. Waar komen ze vandaan, hoe worden ze getraind, aan welke eisen moeten ze voldoen en hoe ziet hun leven eruit? Lees verder....

Fragment: "Politiepaarden hebben een belangrijke taak. Ze worden ingezet om de veiligheid op straat te bewaren. Ze surveilleren op de marktpleinen van de stad, galopperen door smalle steegjes en missen geen enkele voetbalwedstrijd die uit de hand kan lopen. Een bijzonder leven, voor een dier. Want het is nogal een verantwoordelijkheid, zo'n 'baan'. Het dragen van politieagenten en naar ze luisteren, ongeacht hoe gevaarlijk de situatie kan worden. En dat is zeker bijzonder voor een vluchtdier. Want het instinct van een paard vertelt hem dat hij bij ieder gevaar moet rennen. En dat is nou net niet wat een politiepaard behoort te doen. Sterker nog, bij onrust zoals gevechten, ruzie en rellen, moeten de paarden juist op het gevaar af gaan. Eigenlijk heel onnatuurlijk dus. Hoefslag vond het tijd om grondig uit te zoeken hoe dat allemaal werkt. Hoe een 'gewoon' paard een politiepaard wordt'. 

Reportage: paardenmelkerij

2010

Voor tijdschrift Hoefslag mocht ik een dagje meelopen op een paardenmelkerij in Strijen.

Fragment: "Vrolijke veulenhoofdjes kijken nieuwsgierig op wanneer de schuurdeur open gaat. Een van hen bijt de ander speels in het oor, waarna een korte stoeipartij ontstaat. Maar de meeste gaan verder met het eten van hooi, harmonieus bij elkaar. Alle paarden leven hier in kuddeverband, alleen de hengstjes en merries zijn gescheiden. Het gedeelte van de schuur waar de merries staan, bestaat uit één grote open stal, die buiten uitkomt op een rijbak. er is voldoende ruimte om lekker te bewegen, of beschut binnen te staan op het stro. De samenhorigheid zorgt voor een rustige, ontspannen sfeer. Maar dan slaat de klok drie uur. De merries worden onrustig. Ze beginnen rondjes te lopen, een van hen bokt, hier en daar klinkt een waarschuwende hinnik. Sommige dringen naar voren en gaan ongedurig voor het houten klapdeurtje staan. Aan de andere kant daarvan is boer Martin druk bezig om alles gereed te zetten. Het is tijd om te melken..."

Artikel: Paardenras de Draver

2011

Voor tijdschrift Hoefslag schreef ik een reportage over de Draver, een sensitief paardenras dat zeker niet alleen geschikt is voor de renbaan.

Fragment: 'Een racemachine met een fluweel zachte vacht, zo zou je de Draver misschien het beste kunnen beschrijven. Dit ras wordt al meer dan tweehonderd jaar met één doel gefokt: zo hard mogelijk draven op de parkoersbaan. Toch is het niet ongebruikelijk dat je deze paarden tegenkomt onder het zadel! Want Dravers staan lang niet alleen bekend om hun snelheid, maar ook om hun eerlijke, gevoelige en intelligente karakter.'

Interview: bereden politie

2011

Voor tijdschrift Hoefslag ontmoette ik Wout Winkelhuijzen, voormalig instructeur bij de bereden politie. Hij vertelde over zijn jarenlange ervaring met paarden in combinatie met de politie. 

Hieronder een kleine verzameling van de artikelen/interviews die ik heb geschreven.