Volg mij op: Facebook YouTube

Hieronder een kleine verzameling van ander schrijfwerk. Opinie, reportages, stripverhalen, etc.:

Essay: Help, de dokter wil mij niet steriliseren. 

Naar aanleiding van een conflict met mijn gynaecoloog schreef ik een essay voor nrc.next. Lees het hier terug, en hier en hier de follow-up!

Opinie: Kerstmis haalt het slechtste in mij naar boven

Voor nrc.next schreef ik een opiniestuk over de feestdagen. NRC Handelsblad plaatste een iets aangepaste versie. Lees het stuk hier terug. 

Reportage: Stembevrijding

Voor tijdschrift Paravisie schreef ik een reportage over 'Stembevrijding'. Een bijzondere manier om je van spanningen en trauma's te ontdoen. Ik ondervond het aan den lijve!

Artikel: Body Stress Release

Voor tijdschrift Paravisie schreef ik over mijn persoonlijke ervaringen met Body Stress Release. Een vernieuwende techniek om het zelfgenezingsproces van je lichaam te stimuleren.

Opinie:                                                                                        Ban de pil, gebruik condooms

Voor nrc.next schreef ik een opiniestuk over hormonale anticonceptie en condoomgebruik. Hier kan je het stuk teruglezen!

Opinie: Mijn antisociale feestdagen

Voor nrc.next schreef ik een opiniestuk over de feestdagen - en de keerzijde van opgelegde gezelligheid. Lees het stuk hier terug.

 

Korte strips

Voor Penny schrijf ik korte stripverhalen, rondom de bekende figuren 'Rakker' en 'Penny de Pony'. In de 8-frame strips maken ze allerlei avonturen mee:


 

Verhaal: "Mijn contract"

Voor literaire website Slang Bytes schreef ik een verhaal over het krijgen van mijn boekcontract voor 'Indien plaats beschikbaar', bij uitgeverij van Gennep Amsterdam.

 De afspraak was op drie september 2010. Om twee uur. Van te voren was mij precies verteld hoe ik er kon komen, want ik ben niet bekend in Amsterdam. Eerst tram twee richting Nieuwe Sloten, bij halte Spui uitstappen en dan was het nog maar een paar minuten lopen. Over de grachtengordel. De beschrijving klopte precies en zo stond ik ruim op tijd voor een monumentaal pand dat hoog boven mij uittorende. Een opvallend bescheiden groen naambordje op de gevel. Uitgeverij van Gennep Amsterdam. Eigenlijk had ik nog nooit van die naam gehoord. Al vond ik het wel opmerkelijk dat er een Wikipedia-pagina over bestond. De uitgeverijen waar ik voorheen kwam, voor mijn twee eerdere boeken, hadden zo'n pagina niet. Dit moest dus wel een grote zijn, wist ik toen. Lees meer...

 


 

Een jonge vrouw liet mij binnen. De hele benedenverdieping was een open ruimte. Ik mocht plaats nemen aan een grote conferentietafel, die in het midden stond. er lagen kranten, de NRC opengeslagen. Achter mij waren mensen aan het werk. Ze zaten aan bureaus met stapels papier, multomappen en boeken. Ik kreeg een glas thee zonder oortje dat te warm was om vast te pakken. Hij was er nog niet, de uitgever. Maar hij kon ieder moment terugkomen. Ik keek naar de voordeur, mij voorstellend hoe de man eruit zou zien die interesse had in mijn idee. De man die de eerste teksten had gelezen, een opzet, een glimp van iets dat het zou kunnen worden. Als hij mij maar de kans zou geven. 

De week ervoor had ik hem gemaild, samen met tientallen andere uitgeverijen. Heel simpel: een begeleidend bericht opgesteld, in de bijlage de synopsis en de eerste vier hoofdstukken. Vervolgens het woord 'uitgeverij' ingetypt op Google, waarna ik vanzelf bij een lijst kwam. Toen heel brutaal elke uitgeverij aangeklikt en aan de verzendlijst toegevoegd. Uiteraard had ik het bericht zo opgesteld, dat ik juist heel bescheiden overkwam. Ik wilde dat ze me aardig zouden vinden. Daarmee hoopte ik de eigenwijsheid een beetje te verdoezelen, want ook de uitgeverijen die een papieren manuscript eisten, e-mailde ik tegen beter weten in. Met onderaan: 'Hartelijke groetjes'. Wat eigenlijk betekende: 'Excuses dat ik niet naar uw instructies luister. Maar ik ben te ongeduldig om eerst een heel manuscript te schrijven voordat ik de zekerheid heb dat een uitgeverij erachter staat. Dat begrijpt u toch wel, ik ben jong, (1987), ik wil iets bereiken, liefst zo snel mogelijk. Dan verwacht u toch niet dat ik maandenlang aan iets ga werken terwijl ik niet zeker weet of het wel echt wordt gepubliceerd?'

Het werkte. er kwamen meerdere reacties, vanuit verschillende hoeken. Een bekende uitgeverij gespecialiseerd in non-fictie. een andere prominente voor reisverhalen. Een literair uitgevershuis dat eerst meer tekst wilde, maar duidelijk interesse had in het concept. Dan ook nog een paar kleinere uitgeverijen. Die hield ik als back-up. Mijn eerste twee boeken waren ook door kleinere uitgeverijen uitgebracht, maar nu wilde ik meer. Logisch natuurlijk. Je begint op de basisschool, dan ga je naar de middelbare school tot je gaat studeren. Je groeit. Wat dat betreft had ik trouwens nog iets goed te maken, wat mijn ambitie op schrijfgebied alleen maar stimuleerde. Ik ging naar de basisschool, vervolgens naar de middelbare school, waar ik echter halverwege strandde. In plaats van een opleiding te volgen kreeg ik de kans al op jonge leeftijd een boek te schrijven. Dat boek verscheen bij een kleine uitgeverij. een tweede boek werd gepubliceerd bij een iets grotere. Ik zag dat als een soort middelbare schooldiploma. En nu was het tijd voor mijn derde boek. Dat moest de hogeschool worden. Ieder zijn leerweg. 

Uitgeverij van Gennep reageerde ook op mijn persoonlijke/algemene doorstuurmail. Of ik volgende week langs wilde komen om een en ander te bespreken. Dat was alles. Niks over de inhoud van mijn teksten. Niks over het globale idee. Niks over de afspraak zelf, of het alleen een kennismakingsgesprek zou zijn. Of dat ze misschien gewoon opzoek waren naar een nieuwe secretaresse waar ik mogelijkerwijs voor in aanmerking kwam. Nee, tot die afspraak op vrijdagmiddag om 14.00 uur op de Nieuwezijds Voorburgwal, had ik nog helemaal niks. Het enige dat ik had was een opzetje voor een boek dat alleen nog maar in mijn hoofd zat. Dat geschreven wilde worden, vanuit een innerlijke noodzaak. Een drang die zo sterk was dat ik ermee op stond en ermee naar bed ging. Het liet mij niet los. Dit was geen keuze, dat boek wilde er gewoon komen. En het moest een roman worden. Zodat ik de vrijheid zou krijgen om mijn persoonlijkste herinneringen en gevoelens te vertalen naar een verhaal dat iedereen aan zou kunnen spreken. Waar de sfeer in mijn gedachten perfect bij aansloot, en alleen ik zou weten wat er wel of niet waar was. Zo persoonlijk voor mij, zo herkenbaar moest het voor de lezers worden. Een grote uitgeverij kon mij daarbij helpen. Ze zouden achter mij staan, mij stimuleren en de teksten zo kritisch mogelijk bekijken. en als laatste, wanneer het boek eindelijk van de drukker kwam, zou hun logo erop komen. als een keurmerk: wij, bekende uitgeverij, staan hier achter. Onze verantwoording. Wij geloven erin. Lees het gewoon.

De voordeur zwaaide open. Er kwam een man binnen. Ik keek hoopvol op. Inderdaad, hij liep op mij af en stak zijn hand uit. Of ik Sofie was. Ja. Hij was de uitgever. Hij ging mij voor de trap op, naar zijn kantoor. Mijn oorloze theeglas vergat ik mee te nemen. Een half uur later stond ik weer op straat. Met het contract, nog warm van de printer, in mijn handen.

Verhaal: Licht & donker

Voor website 'Proud 2 be me' schreef ik een verhaal over de hoofdpersoon in 'Indien plaats beschikbaar' en mijn vroegere eetstoornis:

Als meisje van vijftien waren er twee dingen ontzettend belangrijk voor mij: creativiteit, en afvallen. Nu, tien jaar later, is dit belangrijk voor mij: creativiteit, en gezondheid. 

Ik ben Sofie, vijfentwintig jaar. Onlangs is mijn romandebuut verschenen, 'Indien plaats beschikbaar'. Over een gevoelig meisje dat eindelijk de demonen in zichzelf overwint. Haar vader is piloot, en ze besluit vlak voor zijn pensionering voor het eerst met hem mee te reizen. Het boek volgt twee verhaallijnen. Namelijk hoe de hoofdpersoon in het verleden als tiener vast kwam te zitten in haar krimpend universum. Hoe ze tekortschoot en tevergeefs haar ouders probeerde te bereiken. En dan is er de verhaallijn in het heden, wat zich afspeelt in het vliegtuig, waarin ze als jonge vrouw haar vader - en zichzelf - echt leert kennen. Lees meer...

 


 

Dit boek is een vertelling, deels autobiografisch. Dat gevoelige meisje was ik namelijk ooit zelf. Iemand die niet helemaal opgewassen leek tegen het leven, waardoor ik mij steeds meer terugtrok in mijn eigen veilige wereld. Ver weg van alles en iedereen. Maar die wereld was helemaal niet veilig. Die was juist heel erg gevaarlijk. En later kreeg het een naam: Anorexia Nervosa. 

Inmiddels heb ik die wereld niet meer nodig. In de tussentijd heb ik, net als de hoofdpersoon in mijn boek, veel overwonnen. En heb ik mijn leven teruggekregen. Nu is het weer helemaal van mij, en niet van een stem die zegt dat ik dunner en mooier moet zijn. Maar een eetstoornis is niet iets dat zomaar uit je systeem verdwijnt. Als het in je zit, draag je het meestal voor de rest van je leven met je mee. Soms kan dat frustrerend of beangstigend zijn. Ik ben nu al langer 'genezen' dan de periode dat ik echt anorexia had. Ik heb het geluk dat ik er vrij ongeschonden uit ben gekomen, en dat ik nu het leven leid waar ik destijds niet eens van durfde te dromen. En toch, op een onbewaakt moment, kan het er zomaar weer zijn. Bijvoorbeeld als mensen zeggen dat ik er goed uitzie. Mijn hoofd vertaalt dat nog steeds naar: 'Ik ben zeker aangekomen.' Of als mijn vriend op het strand een vrouw aanwijst die hij wel 'héél erg mager' vindt. In plaats van dat ik blij ben dat hij mij mooier vindt zoals ik nu ben, schiet er toch een steek jaloezie door mij heen: 'Wat, iemand die dunner is dan ik, zij wel...?!' Of als ik door drukte en onachtzaamheid per ongeluk afval, en onder mijn streefgewicht komt te zitten. Dan kan dat toch weer een misplaatst soort van voldoening geven. En is daar ineens weer de echo van die eens zo vertrouwde stem: 'Dit is toch eigenlijk veel mooier, vind je niet...?'

Als ex-patient blijven er dus moeilijke momenten. Dat is vervelend, maar toch denk ik dat je niet moet streven naar totale genezing. Want dan blijf je in feite met hetzelfde bezig: een zoektocht naar perfectie. En dat moet je nou juist zien los te laten. Voor mij was het belangrijk om mezelf toestemming te gaan geven om 'gewoon' gelukkig te zijn. Zonder dat er een voorwaarde aan verbonden was, zoals een bepaald gewicht. Toen dat langzaam lukte, begon ik te merken dat het leven zoveel leuker is zonder eetstoornis. Sterker nog, toen pas begon mijn leven echt. Want leven met een eetstoornis, is zoiets als licht en donker: het een sluit het ander uit. Mijn leven met een eetstoornis was achterafgezien namelijk helemaal geen leven. 

Nu hoef ik geen voldoening meer te halen uit een extreem ondergewicht. Ik haal alle voldoening uit de dingen die ik doe. In mijn geval schrijven, of op een andere manier creatief zijn. Zo heeft iedereen wel iets dat het waard is je eetstoornis voor los te laten. En dat laatste stukje dat er bij mij nog zit, probeer ik maar te koesteren. Het krijgt een plek in mijn boeken, in mijn schilderijen, mijn schetsen. De littekens van vroeger zijn nu een bron van inspiratie. Zonder de dingen die ik in mijn jeugd heb doorgemaakt, was die roman er niet gekomen. Want die issues en ik, zijn voor mijn creativiteit als licht en donker: het sluit elkaar uit, maar zonder elkaar, zouden ze geen van tweeen bestaan. 

Verhaal: één verkeerde beslissing

Voor tijdschrift Vrij Ruiter mocht ik een persoonlijk verhaal schrijven over de achtergrond van mijn derde boek, 'Blonde manen'. En over hoe paarden een rol in mijn leven spelen:

Zes jaar lang kon ik niet paardrijden. Van mijn zeventiende tot mijn drieëntwintigste jaar. Zomaar opeens, door één moment, een paar seconden, een bocht in de weg. Door een verkeerde beslissing van de bestuurder bij wie ik achterop de scooter zat. Het was zondagmiddag en we wilden een stukje gaan rijden, mijn vroegere vriendje en ik... Lees meer:


 

"De week ervoor was mijn Haflinger Lotje verhuisd naar een andere stal, en hij zou me naar haar toebrengen. Het gebeurde in een flauwe, onoverzichtelijke bocht, nog geen drie minuten van mijn huis. Vlak voor die bocht haalde hij twee fietsers in. Toen doemde daar plotseling een auto op. Een klap volgde, we vielen. Mijn benen kwamen op de betonnen rand van de dijk terecht. En daar bovenop, als uit de lucht, viel de scooter. Bovenop mijn rechter enkel. Het gewricht verbrijzelde. Er volgden verschillende operaties en zes maanden revalidatie. Ik bleef pijn houden, bewegen ging beperkt. Al die tijd bleef Lotje op mij wachten. Want ik dacht nog dat het goed zou komen, dat zij en ik ooit weer lange ritten konden maken in de polder. Maar ruim een jaar na het ongeluk besefte ik dat het letsel blijvend was. Dat mijn enkel simpelweg niet meer zodoende kon draaien dat hij in de stijgbeugel paste. Dat ik niet meer kon lichtrijden of been geven omdat het te veel pijn deed. 

En er was nog iets. Zo onbevangen als ik vroeger was, het zonder zadel rijden, rengalop over een landpad, ineens leek dat allemaal zo gevaarlijk. De onschuld was weg, want ik realiseerde mij dat ik niet onaantastbaar was. Een ongeluk zat in een klein hoekje. Soms al in een flauwe bocht.... En dus nam ik afscheid van mijn Lotje. Kennissen uit het dorp verhuisden naar Brabant en stelden voor om haar mee te nemen. Het leek me de beste oplossing, want Lotje verkopen kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Ook al was het principe hetzelfde, want op het moment dat ze in de trailer stapte was ze niet meer van mij en zou ze dat ook nooit meer worden. 

De jaren erna waren niet makkelijk. Het ongeluk had zoveel overhoop gehaald dat het lang duurde voor ik weer op het juiste spoor zat. In plaats van met paarden om te gaan, begon ik ze te schilderen. Al mijn verdriet en schuldgevoel tegenover Lotje, omdat ik haar niet had kunnen houden, verwerkte ik door treurige paarden uit te beelden. Ik exposeerde in de regio en verkocht mijn doeken op kunstmarkten. Daarna begon ik te schrijven voor verschillende tijdschriften en ook kwam mijn eerste boek uit. Het voelde alsof ik langzaam dichterbij mezelf kwam. Maar ik bleef iets missen. Paarden schilderen was niet genoeg, ik wilde ze terug in mijn leven. Het verlangen naar paarden was een onverklaarbaar diep gevoel, dat de angst om mij te bezeren oversteeg. Ik wilde terug in het zadel, ongeacht de risico's opnieuw te vallen. In 2009 besloot ik een vierde operatie te ondergaan om alle schroeven uit mijn enkel te laten verwijderen. De fysiotherapeut dacht namelijk dat mijn enkel daardoor beter zou kunnen gaan bewegen. En hij had gelijk. Volledig pijnvrij werd ik niet, maar ik kreeg veel flexibiliteit terug en kon meer kracht zetten. Eindelijk kon ik weer paardrijden. Ik maakte een afspraak op de plaatselijke manege voor een priveles. Even alles ophalen, dacht ik, dat is zo gedaan. De instructeur wilde mij een 'zitles' geven. Het paard aan de longe, de teugels in de knoop. Toen hij me vroeg de beugels over het zadel te hangen, zat ik ineens los op het paard en was er niets voor mij om op terug te vallen. Geen steun, geen houvast en geen controle. De instructeur gaf een seintje en het dier kwam in beweging. Daar ging ik dan: overgeleverd aan een groot paard en een wildvreemde man. Mijn handen werden klam en ik begon sneller te ademen. Naarmate het paard sneller begon te lopen, werd ik overspoeld door een angst waarvan ik niet wist waar die vandaan kwam. Nooit eerder was ik bang voor paarden geweest, maar ik voelde me zo onveilig, zo kwetsbaar, dat ik het liefste af wilde stappen. Voor het eerst sinds het ongeluk gaf ik letterlijk de teugels uit handen. Ik moest zowel de instructeur als het paard vertrouwen. Maar vooral mezelf, dat het me zou lukken te blijven zitten, dat ik de controle los kon laten en niet zou vallen. 

De instructeur legde uit dat paarden hun ruiter spiegelen. Dat ze aanvoelen wat er in ons omgaat. Als we bang zijn, raken zij ook gestrest. Terwijl hij dit vertelde werd dit meteen bewezen. Het paard voelde mijn spanning en schoot er ineens vandoor. Uit het niets, zonder reden. Het ging te snel om te denken. De jarenlange ervaring met Lotje nam over waardoor het lukte om te blijven zitten en ik niet in paniek raakte. Er leek juist een soort kracht vrij te komen. Iets wat mij ineens vertrouwen gaf, waardoor er een knop omging in mijn hoofd. Natuurlijk brengt paardrijden een risico met zich mee, maar het is geen gegeven. Je hoéft niet te vallen, en mocht het al gebeuren, is dat niet het einde van de wereld. Al snel kwam het paard terug in tempo en liet zijn hoofd zakken. Hij brieste, knabbelde op het bit en liep rustig verder. Zou hij het geweten hebben, de openbaring die ik kreeg? Misschien wel. Want na afloop van de les voelde ik me bevrijd. Toen pas rekende ik echt af met het trauma uit mijn verleden. Het had niet alleen effect op mijn zelfvertrouwen als ruiter, maar eigenlijk op ieder aspect in mijn leven. Het is de steun die paarden zo bijzonder maakt, en waarom ik ze niet meer wil missen.

Verhaal: Ergste date ever

Voor tijdschrift Yes mocht ik een verhaal schrijven over de ergste date ever.

Fragment: "Dat velen niet van daten houden, is geen nieuws. Zenuwen, onzekerheid, het hoort er allemaal bij. Mijn date-verleden bevat niet veel succesverhalen. Neem Johan, de eerste. Een lieve jongen die ik ontmoette toen ik vijftien was. We leerden elkaar kennen in Spanje en durfden allebei niets te ondernemen. Zaten we dan, in de zwoele zomerhitte, romantisch op het strand. Niets. Dat wilde ik geen tweede keer laten gebeuren. Dus bij de jongen die erna kwam zette ik er meer vaart achter...

Werk voor Penny

2008-heden

Sinds 2008 werk ik als freelancer voor tijdschrift Penny, het grootste meidenblad van Nederland. Je zou me inmiddels een begenadigd quizmaster kunnen noemen: naast (strip)verhalen en achtergrondinformatie mag ik veel puzzels en quizzen bedenken. Heel anders dan 'gewoon' schrijven, maar wel iets waarbij je creativiteit enorm wordt aangesproken! Hieronder een aantal voorbeelden. Zie meer...


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stripverhaal: Ik haat paarden

2012

Voor jeugdtijdschrift Penny schreef ik een stripverhaal over Tommy. Zijn vader en broers zijn beroemde springruiters, maar Tommy moet niets van paarden hebben. In de zomervakantie is hij vaak alleen thuis, omdat zijn familie druk is met de wedstrijden. Uit verveling neemt hij een bijbaantje in de supermarkt. Daar ontmoet hij collega Bente. Hij wordt op slag verliefd. Bente is gek op paarden. Om haar te versieren schept Tommy op over de paarden bij hem thuis, en vertelt haar dat hij ook een springruiter is. Maar of dat zo'n goed idee was... Zie meer:


 

Stripverhaal: Spijbelstal

2010

Voor jeugdtijdschrift Penny schreef ik stripverhaal 'Spijbelstal'. Over twee vriendinnen die ongelukkig zijn op school. Een van hen heeft een eigen paard, dat niet ver van school gestald staat. Steeds vaker gaan ze in de pauze stiekem naar stal, om hun vervelende klasgenoten te ontlopen. Al snel gaan ze ook tijdens de gymles, en zo begint het spijbelen. Ze missen de ene les na de andere. Als een van de vriendinnen besluit om weg te lopen, staat de ander voor een dilemma. Als ze niet mee gaat verliest ze haar beste vriendin. Maar kan ze echt alles achter laten? Zie meer...


 

 

Gepubliceerd in Penny nummer 6, 2010.

Stripverhaal: Ware liefde

2010

Voor tijdschrift Penny schreef ik stripverhaal 'Ware liefde'. Hedwig is gek van paarden. Op een paardenmarkt komt ze een hele bijzondere pony tegen, en ze wil niets lievers dan haar kopen. De handelaar geeft zijn nummer, zodat Hedwig met hem in contact kan blijven. Thuis vraagt ze het haar ouders, maar die moeten er goed over nadenken. Als Hedwig een paar dagen later jarig is, komt haar grote droom uit: ze mag een eigen paard. Hedwig wil gelijk de handelaar bellen. Maar dan slaat de schrik haar om het hart. Ze is zijn telefoonnummer kwijt. Er volgt een lange zoektocht naar de ideale pony voor Hedwig. Tot ze op een dag een oud-bekende tegen komt... Zie meer:


 

Stripverhaal: Sneeuwstorm

2011

Voor jeugdtijdschrift Penny schreef ik een stripverhaal over Manon en Krista, twee meiden met een eigen pony. Ze zijn hartsvriendinnen en hebben het enorm naar hun zin. Op één ding na. Ze kunnen het namelijk niet goed vinden met de eigenaresse van de stal. Ze bemoeit zich overal mee, en gaat zelfs zo ver dat ze een webcam ophangt zodat ze de paarden in de gaten kan houden. Manon en Krista worden helemaal gek van haar. Tot er op een dag iets vreselijk mis gaat, en de bemoeizucht van de staleigenaresse goed van pas komt. Zie meer...


 

 

 

 

 

Gepubliceerd in Penny nummer 12, 2011

Stripverhaal: Harry

2009

Voor tijdschrift Penny schreef ik het stripverhaal 'Harry'. Lisa en Amber zijn twee hele verschillende meisjes. Lisa is goed in tekenen, Amber in wiskunde. Ze zitten bij elkaar in de klas en kunnen het niet goed met elkaar vinden. Maar ze hebben één ding gemeen: Harry, de manegepony. Ze zijn allebei stapelgek op hem. Vaak hebben ze ruzie over wie hem mag rijden. Maar als hij te koop komt te staan, zitten ze met hetzelfde probleem. Ze moeten nu wel samenwerken, en bedenken een plan om Harry te kunnen houden. 


 

Gepubliceerd in Penny nummer 6, 2009

Stripverhaal: De hooizolder

2011

Voor jeugdtijdschrift Penny schreef ik stripverhaal 'De Hooizolder'. Over een meisje, Suze, dat op een nieuwe stalplaats komt met haar paard. Het is een oude, vervallen schuur. Haar stalgenootjes doen erg geheimzinnig, en zeggen dat het verboden is om na het donker bij de schuur te komen. Ze vertellen haar een spookverhaal over de oude boer die er zou zijn overleden. Suze is eigenwijs en doet haar eigen zin. Ze blijft zo lang mogelijk bij haar paard, ook als de avond valt. Maar dan klinken er vreemde geluiden vanaf de hooizolder. Zouden de verhalen dan toch waar zijn...? Zie meer: